Welkom op de website van Mark, Daphne, Niels en Jules Nauta
maak hieronder een keuze
 
familie Nauta Mark Daphne Niels Jules
• welkom
ons huis
trouwen
• reisverslagen • reactieformulier
gastenboek
• verantwoording
sitemap
 
familie Nauta > reisverslagen > egypte

Reisverslag Egypte

Lees ook:

13 oktober - 3 november 2000
Groepsrondreis met Djoser, dagboek geschreven door Mark

1. Vrijdag 13 oktober

Met alle bagage en de auto vertrek ik naar Daphne in Ede, vandaar nemen we de bus naar het station. Om 1550 nemen we de trein naar Schiphol, waar we om 1710 bij de incheckbalie zijn, maar we zijn een van de eersten. Ook hier lopen twee Djoser groepen door elkaar dus het is niet direct duidelijk wie bij welke groep hoort.
Na ons aangemeld te hebben bij de Djoser-miep, checken we onze bagage in, waarbij blijkt dat Daphne en ik niet naast elkaar zullen zitten in het vliegtuig. Langzaam druppelt ons groepje binnen. Karin is te laat, en moet vanwege een overboeking nog een ticket zien te regelen. Bij de paspoortcontrole uiteraard vragen om een stempel, waar een aantal te laat achter komen en zelfs teruglopen om er een te krijgen. Vanwege de vertraging van Karin's kaartje moeten we vrijwel direct doorlopen naar de gate. Daphne en ik kijken nog snel even naar boeken en fotoapparatuur.
We vertrekken met een kwartier vertraging met de MD11. Door een ruilactie (blijkt later Johan Olaf Koss uit de andere groep te zijn) komen Daphne en ik toch naast elkaar te zitten. Ik zit aan het gangpad en Daphne komt tussen mij en Reflecterende Ruurd te zitten. We krijgen warm eten en de film Chicken Run draait, die ik niet volg.
We landen om middernacht in Caïro en worden opgewacht door hulpjes van Djoser die het visum regelen (twee postzegels met stempel). Daphne gaat geld wisselen en ik ga pinnen. De groep bestaat uit 4 man/vrouw (4 stellen en 6 alleengaanden), de andere Djosergroep bestaat uit 20 personen. Op het laatste moment wordt Daphne nog van groep gewisseld. Onze reisbegeleider heet Andre, heeft al reiservaring in Mexico en Guatemala, maar het is zijn eerste Egypte reis.
In een half uur reizen we naar ons hotel Happy City, dat vrij dicht bij het centrum ligt. Ons busje is ruim voor 14 personen. Wat opvalt is dat er erg veel gebruik wordt gemaakt van de claxon en het een chaos is op de weg. Het ruikt niet echt fris en overal ligt puin langs de kant van de straat, wat waarschijnlijk van de huizen afkomstig is.
In het hotel krijgen we een welkomstdrankje en vertelt Andre zijn verhaal. Morgen negen uur ontbijt. We gaan naar onze kamer, en slapen om 3 uur. Er is veel herrie op straat, dus oorpluggen in.

2. Zaterdag 14 oktober

De wekker is gezet om 815, om negen uur schuiven aan bij het ontbijtbuffet. Lekker geslapen, maar uiteraard te weinig. Het buffet bevat allerlei Arabische dingen, zoals pannenkoekjes, zoute kaas en olijven; voor de rest weinig Europees.
 Onder het ontbijt vertelt Andre wat die dag op het programma staat. We gaan naar de citadel, enkele moskeen bezoeken en rondlopen in Islamic Cairo. We noteren alle paspoort- en verzekeringspapieren zodat we dit slechts eenmalig hoeven te doen. Van Andre krijgen we een briefje mee met de naam van de citadel (in het Arabisch) om te kunnen laten zien aan de taxichauffeur die we zelf moeten regelen (gewoon er voor springen). We dingen de prijs af van LE 10 naar 5. Met z'n vieren in de taxi naar de citadel. Het verkeer is lekker chaotisch: lekker veel toeteren, stoplichten worden genegeerd (behalve als er een politieman bij staat), en uiteraard altijd de baan kiezen die het snelst gaat, dat is efficiënt.
Als eerste komen we aan, we zien dan dat een van de andere taxi's het heuveltje naar de ingang niet trekt, dus stappen de passagiers maar uit om te taxi verder te duwen. Het is mooi weer, volop zon met slechts af en toe een wolkje.
De Citadel is een soort ommuurde vesting welke teruggaat tot de 12de eeuw, en steeds uitgebreid en veranderd is. Als eerste bezoeken we de moskee van Mohammed Ali, een moskee in Turkse stijl met een lood bekleed dak. Naar binnen (schoenen uit) en daar nemen enkelen een gids in de arm die ons meer verteld over de moskee, echter zijn verhaal klopt niet helemaal met die van de reisgidsen. We zien onder andere de Mihrab (een soort nis die de richting van Mekka aangeeft, waarvoor gebeden wordt) met daarnaast een Minbar (een trap met aan het eind een stoel, waar vanaf vrijdag het gebed wordt uitgesproken) welke rijkelijk versierd is met verschillende patronen, en verder het graf van Mohammed. Overal bidden mensen, terwijl wij rondlopen en er zelfs herstelwerkzaamheden plaatsvinden.
Buiten de moskee is er een mooi uitzicht over Cairo, en hoewel enigszins vertroebeld door de smog, zijn de piramiden van Gizeh te zien ! Direct daarna gaan we naar de paleizen van de boksheld-in-spe, deze zijn redelijk mooi, en de gids weet veel te vertellen.
Om kwart voor een verzamelt de groep weer, en we wandelen een stukje door Islamic Cairo. Vervolgens bezoeken we de moskee van Sultan Hassan, niet zo mooi maar wel groter. Hier was ooit een theologische school gevestigd, maar dit is nu enigszins vervallen.
Na enig wachten kunnen we een minaret beklimmen, de op een na hoogste in Cairo (68m). Een minaret is de toren op een moskee waarvan af vroegen het gebed werd uitgeroepen. Er is veel gezeur over de prijs van de beklimming. Via allerlei vage gangen en trappen komen we bij de voet van de minaret waar de wenteltrap begint. Het trappenhuis is erg donker en stoffig, en soms mist een tree. Bovenop hebben we een mooi uitzicht over Cairo, de piramides en de Nijl.
Na de moskee lopen we verder door Islamic Cairo, waar de oude ambachten nog worden uitgeoefend, we nagefloten worden en het erg vies is. Het begint ook te regenen (gebeurt hier zelden) waardoor het ook niet al te fris ruikt.
Vervolgens door de Khan Al-Khalili, een enorme bazaar met smalle straatjes, maar erg toeristisch. Alles is te verkrijgen. We drinken koffie in een soort koffiehuis. Daphne en ik lopen nog verder door Khan Al-Khalili, we zijn met name geïnteresseerd in zilver en koper. Daphne koopt een katbeeldje voor haar moeder (te duur ?).
We lopen terug, inmiddels is het donker, en gaan op zoek naar de metro maar kunnen die niet vinden, slechts een 'Subway' wat een voetgangerstunnel blijkt te zijn. Dan maar met de taxi terug. Nu helemaal chaos want het is spits. De taxichauffeur kan de weg niet vinden en moet het drie keer navragen.
In het hotel douchen we. Om half acht eten we op het dakterras van het hotel. Lekker voedsel en veel (buffet). Als iedereen weg is gaan Daphne en ik nog even naar het dakterras en genieten van het uitzicht.

3. Zondag 15 oktober

Om zes uur op, half zeven ontbijt maar er is nog weinig verkrijgbaar en de koffie van gisteren moet nog opgewarmd worden. In de keuken ligt iemand van het hotelpersoneel te slapen op het aanrecht.
In de bus weet onze gids, een archeologe, al veel te vertellen over Cairo waar we door heen rijden. Veelvuldig worden zinsneden gebruikt die ons de rest van de reis bijblijven: 'There are several theories about ... pick the one you like most' en 'The question which goes to our mind when ...'. Het vrouwtje weet erg veel maar brengt het op een monotone manier alsof een bandje wordt afgespeeld.
Helaas is het mistig, waarschijnlijk door de regen van gisteren. Het is erg druk in de stad want de werkweek is begonnen. Ook overal schoolkinderen. We rijden geruime tijd langs de Nijl, dan slaan we af en rijden door de buitenwijken van Cairo, waar ooit landbouw werd uitgeoefend, er is maar op los gebouwd en als er een aardbeving zou zijn ligt alles plat. Af en toe zijn nog stukken groen te zien.
Daarna volgen we erg lang een water richting Memphis. Bij de ingang van het museum betaal ik met mijn 'Student'-card (scheidsrechterkaart hockey). De voornaamste attractie is een liggend beeld van Ramses II, de gids vertelt ieder detail van het beeld, erg interessant. Buiten zijn nog een sarcofaag van Amenhotep, een staand beeld van Ramses en een Sfinx te zien. Van de rest van Memphis, ooit de prachtige hoofdstad van het Oude Rijk, is weinig over door de overstromingen van de Nijl.
Op naar Sakkara, een korte rit. Plots zitten we in de woestijn ! Als eerste bezoeken we de tombe van Mereruka. Het bestaat uit veel kamers waarin het alledaagse leven van de Egyptenaren is verbeeld in reliëfs en tekeningen. Allerlei beesten zijn te zien alsmede valse deuren waar de geest van de begravende binnen kon komen. Sommige reliëfs bevatten nog kleur. Ik heb geen fototicket, en samen met Bart word ik betrapt, dus kopen we de bewaker om.
In de haast dalen we de Piramide van Teti af. Deze is van binnen bekleed met teksten, en de sarcofaag is te zien. Ook hier word ik betrapt op het maken van een foto, maar ik weet van niets en geef de bewaker een baksiesh. Ook maken Daphne en ik een foto van elkaar op de trap.
Buiten is de mist een beetje opgetrokken en is de trappiramide van Djoser goed te zien. De piramide is eigenlijk geen piramide, maar een opeenstapeling van Mastaba's. De gids legt uit dat de koningen vroeger gewoon in de grond werden begraven, maar dat deze werden open gegraven door beesten; om de begraafplaats hier tegen te beschermen werd er een mastaba bovenop geplaatst. Djoser gaf echter opdracht aan de bouwer, Imhotep, hierop nog een (kleinere) mastaba te plaatsen, en vervolgens nog een aantal, waardoor de trapvorm ontstond. Hieruit is het idee van een piramidevorm ontstaan, welke via veel probeersels en mislukkingen uiteindelijk geperfectioneerd werd, resulterend in de piramides van Gizeh. We gaan het complex, zoals iedereen, binnen via de Grote Zuilenhal en komen dan uit op de zuidelijke open plaats. We lopen langs de piramide naar de noordzijde, en komen dan oog in oog met Djoser, die geplaatst is in een 'Serdab'. Verderop zien we de piramides van Abu Sir liggen. We lopen om naar de piramide van Unas, een hoop puin, maar wel met bootplaatsen langs de weg naar de Nijl.
We gaan eten bij een standaard restaurant waar het vol zit met toeristen. De lunch, mixed grill, is karig en veel te duur. Ik zit samen met Daphne aan tafel met Andre, die vertelt over zijn vriendin die is vermist in Mexico; Daphne kent dit meisje via via.
Een korte rit naar de piramides van Gizeh. Gigantisch ! Gizeh is eigenlijk een aparte stad maar is inmiddels vergroeid met Cairo. De stad is dicht rondom de piramides gebouwd. 
We rijden direct door naar een uitkijkplaats, waar het een komen en gaan is van toeristen die filmpjes volschieten. We worden vervolgens afgezet tussen de twee grote piramides, en spreken af om half vijf bij de uitgang te zijn.
De meesten lopen direct naar de kleinste piramide van de drie, die van Mycerinus. Onderweg maken Vera en Karin een ritje op een kameel. We kopen een kaartje om in de piramide af te dalen. Er wordt heftig gecontroleerd op de aanwezigheid van fotoapparatuur, dus laten we de rugzakken achter bij Andre. Binnen stinkt het naar zweet en het is erg benauwd door de hoge luchtvochtigheid. Er is niets te zien dan graniet en er staat niets op de wanden. Beetje tegenvaller dus. Zelfs binnen in de piramide is er niet te ontkomen aan Egyptenaren die vragen om bakshies !
Via de twee grote piramides van Chephren en Cheops gaan we naar de Sfinx. Hier is een hekwerk geplaatst, waarvoor je moet betalen om binnen te komen om een goede foto te kunnen nemen. Erg triest hoe de toeristen hier worden uitgemolken. Ik klim op het hek om toch een goede foto te kunnen nemen, waar ik door een verkoper wordt gewezen op een andere manier om toch binnen het hekwerk te kunnen komen, echter er staat een bewaker bij het gat in het hek. Miranda vindt een kapot Sfinxsouvenir, die ik probeer te verkopen aan de nogal irritante verkopers, wat bijna lukt.
We lopen naar de afgesproken plek (Pizza Hut) waar enkelen een cola(-light) drinken. Enkelen willen vervolgens de zonsondergang zien, en spreken af zelf vervoer terug naar het hotel te regelen. Echter het complex wordt leeg geveegd, maar met de smoes van Arjan dat onze groep nog in het complex aanwezig is, komen we toch weer binnen. Hierna moeten we toch echt het terrein verlaten, en kunnen dus toch een gedeelte van de zonsondergang zien. Net op tijd zijn we terug in de bus die later vertrok. Vanuit de bus zien we de rest van de zonsondergang.
Ongeveer 6 uur zijn we terug in het hotel. Douchen en dagboek bijwerken. Met de groep besluiten we te gaan eten bij El Falafel. Onderweg komen we langs een broodjeszaak waar wat ingeslagen wordt voor de volgende dag, erg lekker en goedkoop. We lopen ook door een straat waar een autoverkoop aan de gang is. Veel Lada's en Peugeot 504's, die gebruikt worden als taxi, maar ook BMW en Mercedes. De huizen zijn hier erg mooi en lijken van Franse stijl.
Het eten duurt erg lang, en pas na het invullen van 'Customer Satisfaction' briefjes worden de obers erg nerveus en krijgen we wat meer aandacht. Vervolgens hebben we nog een probleem met de rekening. De Sish Kebab is wel lekker. We lopen terug door een mooie wijk met mooie huizen. Dagboek bijwerken terwijl Daphne de tas inpakt. We besluiten vanuit Aswan de excursie naar Abu Simbel te gaan maken. 2315 slapen. Het was een mooie maar drukke dag.

4. Maandag 16 oktober

Om kwart over vijf op, lekker geslapen. Een karig ontbijt want veel ingrediënten zijn niet aanwezig. Om half zeven naar het treinstation, reeds op dit tijdstip is het een chaos in de stad. Buiten het station beklim ik een voetgangers oversteekplaats om enkele foto's te nemen. De stationshal is erg groot, maar we lopen direct door naar het perron waar de trein reeds staat te wachten.
De trein bevat draaibare banken, erg handig als je tegenover elkaar wil zitten om een spelletje te spelen. Op ieder station komen verkopers binnen om spullen te verkopen. Ook wordt in de trein regelmatig thee geserveerd. De trein bevat een airco, waardoor het soms zelfs koud is in de trein.
Het duurt erg lang voordat we Cairo uit zijn. Lange tijd rijden we langs een zijrivier van de Nijl, waarin mensen hun kleren wassen en hun vuil dumpen. De woestijn bergen zijn vaak zichtbaar. Andere bezienswaardigheden in de trein: prevelende man met kettinkje in de hand, mannen in galybaya's, smerige wc's, rochelende man, veel mobiele telefoons, biddende mensen op de balkons, geilende mannen. Buiten zijn zichtbaar: veel landbouw, vogels, af en toe de Nijl.
We vermaken ons met spelletjes Mens-erger-je-niet en Vier-op-een-rij, lezen, slapen en door de trein lopen. Om kwart over vijf hebben we een erg mooie zonsondergang. Om negen uur komen we aan in Aswan, waar een spirituslucht hangt, en veel koetsen rijden. Waanzinnig veel toeristen.
Met een busje gaan we naar het Cleopatra-hotel, tegen de Souq (een bazaar) aan. In het hotel een welkomstdrankje en een verhaal van Andre. We gaan eten, voor de verandering Sish-kebab. Met de groep lopen we over de bazaar, ook hier is alles te koop. Als de rest naar de het hotel gaat, lopen Daphne en ik naar de Nijl en gaan onderaan een trap zitten aan de Nijl. Om kwart over een slapen.

5. Dinsdag 17 oktober

Om kwart voor acht op. Het ontbijt, ook hier weer een lopend buffet, is hier perfect met zelfs bruin brood ! Om negen uur vertrekken naar de oever van de Nijl waar twee felluca's op ons te wachten staan. Een prachtig zicht over de Nijl: groen gras, een blauwe Nijl en op de achtergrond een gele woestijn. We vertrekken, maar moeten ons eerst nog een baan zien te maken tussen de vele Nile cruisers die verstikkende dieselgassen uitstoten.
We zeilen naar St. Simeon Monastry, en omdat er weinig wind staat duurt het enige tijd; intussen lekker relaxen en genieten van het uitzicht, de vogels en de visjes in het water. Helaas kan niet in de Nijl worden gezwommen vanwege het risico op Bilharzia.
We leggen aan en moeten een stuk door de woestijn lopen naar het klooster. Het woestijnzand is prachtig geel van kleur. Het is erg heet en je moet veel water drinken. Binnen het klooster krijgen we uitleg van een man die op een prachtige wijze uitleg geeft over het dagelijkse leven van de monniken in dit 7de eeuwse klooster: met handgebaren, mimiek en geluiden beeldt hij dit uit. Het klooster was voor een groot gedeelte zelfvoorzienend: alles was aanwezig zoals slaapvertrekken, keuken, wc's, graanstenen, etc. Enig inbeeldingsvermogen was wel nodig, want er stonden allen nog wat muren overeind. De man krijgt van ieder PT 50.
We gaan terug naar de boot en zeilen naar Elephantine Island aan de overkant, genoemd naar de olifanten die in de grote granieten rotsblokken herkenbaar zouden moeten zijn. Het eiland wordt bewoond door Nubiërs. We lopen door het dorpje en komen uit bij het Aswan Museum, waar Arjan, Miranda, Daphne en ik niet naar binnen gaan (terecht zoals later zou blijken).
In plaats daarvan willen we de Nilometer bekijken, maar deze blijkt tot het museum te behoren en niet apart te bezichtigen. Daarom klimmen Arjan en ik langs het hek en bekijken deze toch. Een nilometer gaf aan hoe hoog de Nijl dat jaar stond. Dit gaf dus aan hoeveel water er beschikbaar was voor het verbouwen van gewassen; hiervan afhankelijk was de belasting die werd opgelegd.
Aangezien de rest van de groep nog niet het museum verlaten heeft, gaan we met z'n vieren iets drinken bij een Nubisch café op het dak. In het café zitten enkele kleine krokodillen in een aquarium en loopt een klein poesje rond wat nogal een vertederende reactie oproept van Miranda en Daphne; Miranda maakt er zelfs een foto van tot ongenoegen van Arjan.
Op naar de botanische tuinen op het Kitchener's Island. Helaas zijn de planten niet in bloei en staan er veel te veel palmbomen, daarom gaan Daphne en ik op een bankje zitten aan de Nijl, eten wat en genieten van het uitzicht.
We stappen weer in de felluca en zeilen een lang stuk stroomafwaarts richting een Nubisch dorp. Gelukkig staat er wat meer wind, anders zou de tocht helemaal lang hebben geduurd. Om in het dorp te komen nemen we plaats op een pick-up truck, maar omdat er wat weinig plaats is moet ik achterop de bumper gaan staan, zo komt mijn droom om vuilnisman te worden toch nog eens uit.
Het dorp is erg vervallen. We eten in een donker hol rijst met bonen in tomatensaus, best wel lekker. Helaas hebben we niet veel contact met de lokale bevolking. Ik moet naar de wc en wordt daar heen geleid door een jochie uit het dorp, het is een Franse wc. Als ik terugloop word ik overspoeld met kinderen die erg stinken en allemaal iets van me willen hebben. Als afronding van de maaltijd drinken we nog thee, waarna we weer in de truck naar de felluca worden vervoerd en terugzeilen naar Aswan. 
In Aswan gaan de meesten direct naar het zwembad op het dak van (een ander gedeelte van) het hotel. Het zwembad meet 3x10m, maar het is toch lekker verfrissend. Kijkende vanaf het hoteldak zien we overal waanzinnig veel puin en afval op de daken van de huizen en gebouwen liggen. Onder het genot van een bier werken we de dagboeken bij en genieten van de zonsondergang. Ook hier uiteraard weer minaretgeluiden een kwartier na zonsondergang.
We gaan naar de hotelkamer. Daphne voelt zich niet zo lekker. Om acht uur verzamelen we in de lobby om te gaan eten in restaurant Aswan Moon. Onderweg proberen we te pinnen wat niet lukt. Aswan Moon is leuk aangekleed en is bovenop een schip in de Nijl. Ik neem roasted chicken, Daphne neemt niets want ze heeft buik- en maagpijn en is misselijk. Ze krijgt van Dries de hoofdober, die (helaas) Nederlands spreekt, een drankje wat zou moeten helpen.
Ik breng haar naar het hotel en laten de groep achter. Vervolgens probeer ik in mijn eentje nog te pinnen, wat weer niet lukt, en op de terugweg loop ik over de markt en koop daar broodjes en cola. Om kwart over elf slapen.

6. Woensdag 18 oktober

Om half acht wakker. Daphne heeft geslapen, zelfs met een deken, en voelt zich redelijk. Het ontbijt is weer OK, en Daphne eet weer wat. Voor vertrek ga ik $200 wisselen voor LE 736.
Met negen man van de andere Djoser groep, en vier man van onze groep (Bart, Jellie, Daphne en ik), gaan we naar Abu Simbel in het uiterste zuiden van Egypte. Omdat de weg er heen nogal gevaarlijk is in verband met opstandige moslims, gaan we met het vliegtuig. In de vertrekhal moeten we erg lang wachten op het vliegtuig, waar het nogal koud is vanwege de airco. We doden de tijd met het lezen van de reisbijbels, shoppen (maar kopen niets), en het bestuderen van de reizigers uit de andere groep.
Samen met Bart en Jellie sprinten we naar het vliegtuig, want we willen aan de linker kant van het vliegtuig zitten om de tempels van Abu Simbel vanuit de lucht te kunnen zien. Ook ik ben inmiddels niet zo lekker: buikpijn en diaree, maar geen echte leegloop. In het vliegtuig zitten veel Fransen en Italianen. Onderweg krijgen we Nectar sap. Fantastische uitzichten over Lake Nasser en de woestijn. Vlak voor de landing zien we inderdaad de site al, die niet ver van het vliegveld af ligt.
De zittende standbeelden van Ramses II zijn kolossaal, wat een egocentrisch figuur moet dat zijn geweest ! Met behulp van plaatjes en foto's vertelt onze gids een verhaal over de Grote Tempel, voordat we naar binnen gaan. Het verhaal is nogal langdradig, en omdat de man slecht verstaanbaar Engels spreekt, bestudeer ik reeds het exterieur en maak foto's. Aan het eind van zijn verhaal vertelt de gids doodleuk dat we twintig minuten hebben om de tempel van binnen te bekijken (zijn eigen verhaal duurde een half uur). Dat doen we dus maar.
De zittende standbeelden aan de buitenkant zijn 21m hoog; aan zijn voeten zijn standbeelden van diverse familieleden te zien. We komen binnen in de Grote Zuilenhal, waar nog eens acht kleinere, maar nog steeds gigantische standbeelden (10m) staan van de man, onder andere met kromstaf en koningszweep. De muren zijn vol met gekleurde reliëfs die met name handelen over de militaire heldendaden van Ramses. Even doorlopen is de kleine zuilenhal met vier vierkante zuilen waarop vooral hij en zijn favoriete vrouw Nefertari worden afgebeeld. Nog verder is het Allerheiligste, waar de beelden staan van vier goden, waarvan drie slechts tweemaal per jaar worden verlicht door de opkomende zon. We bezoeken ook nog snel allerlei zijvertrekken en opslagruimtes.
De tweede tempel is gericht op Ramses' favoriete vrouw Nefertari en verheerlijkt de god Hathor. De gids begint weer een verhaal, maar opvallend genoeg luisteren nu veel minder mensen. De tempel is kleiner en aan de voorkant staan zes standbeelden van Nefertari (2x) en Ramses II (4x), samen met kleinere standbeelden van hun kinderen. Ook hier weer een zuilenhal met daarop reliëfs waarop de god wordt aanbeden, en overwinningen van Ramses. De kleuren zijn hier anders, voornamelijk geel en blauw in plaats van rood en bruin. Te zien is ook dat Nefertari van een koe drinkt. Hier hebben we 10 minuten om rond te kijken.
De gids heeft het helemaal met ons gehad, omdat iedereen maar ergens heen loopt, en geeft het op. Teruglopen naar de bussen die ons naar het vliegveldje brengen. Het is erg heet. Van het vliegveld naar Aswan zien we Philae liggen vanuit de bus. We worden afgezet bij het Isis hotel, en proberen te pinnen. We lopen langs de Nijl om een internetcafé te vinden, dit lukt en Daphne verstuurt e-mail naar Jaap en Wolfheze. Het tegenoverliggende postkantoor is helaas dicht. We gaan naar het hotel, Daphne gaat wat wassen, we lopen over de markt en gaan zwemmen in het zwembad.
Om zeven uur verzamelen in de receptie om te gaan eten bij Aswan Moon. Onderweg kunnen we eindelijk pinnen. Gelukkig, anders hadden we nog in de problemen kunnen komen om de excursie naar Abu Simbel te betalen. Omdat ik last heb van mijn darmen eet ik tomatensoep, rijst, brood, en het wonderdrankje van Dries (twee anderen uit de groep drinken het ook).
Teruglopen over de markt. We kijken wat rond, ik onder andere voor koper, Daphne zilver, en meerdere malen wordt mij toegeroepen 'You're a lucky man !' (dat wist ik natuurlijk al). In het hotel het dagboek bijwerken. Vervolgens luister ik wat muziek en schrijft Daphne in het schrift van de groep. Vervolgens nog wat praten over de club en om half twee slapen.

7. Donderdag 19 oktober

Om 720 op, douchen en ontbijt. Daphne is een beetje humeurig. We zouden om half negen vertrekken, maar het wordt natuurlijk later.
Op naar de onvoltooide obelisk, een graniethoeve waar ook de stenen van de piramides vandaan kwamen. Het zou de grootste obelisk ooit moeten zijn geworden, maar door een materiaalfout in de rots is het nooit afgemaakt. Vandaar dat men weet hoe er indertijd gehouwen werd: er werden gaten geboord, deze werden gevuld met houtstammen die nat werden gemaakt, hierdoor zette het hout uit waardoor de steen spleet. Er lopen veel toeristen rond. Het batterij van m'n fototoestel is (bijna) op, ik ga op zoek naar een nieuwe maar deze zijn veel te duur. Dan maar wachten tot we weer in het hotel zijn.
Op naar Philae. Om daar te komen moeten we de oversteek maken met een boot, er is erg veel discussie over de prijs en de verblijftijd op het eiland (1½ uur). Dit is echt het eiland van Isis, de godin van alle goden, herkenbaar aan de ossehoorn met de zonneschijf ertussen. Verder veel Horus te zien herkenbaar aan de valkenkop.
Overal zijn de bekende afbeeldingen te zien, mooi maar zonder kleur. De grote wandreliëfs op de pyloon zijn indrukwekkend. Binnen bezoeken we enkele kamers, waar ook weer er erg veel toeristen zijn. Er zijn enkele Franse inscripties te zien. In het allerheiligste staat een sokkel waarop ooit de heilige boot van Isis stond, als je handen erop legt en ze beginnen te trillen, ben je ooit een farao geweest.
Door een militair worden we gewezen op een Nilometer, waar hij een fooi voor wil hebben; belachelijk en we geven hem Pt 50 waar hij uiteraard niet blij mee is (ze willen altijd meer).
Achterin staat nog een gebouw wat hier ooit door de Romeinen is neergezet. Het is vermoeiend en ik ben erg moe, daarom ga ik geruime tijd op een steen in de schaduw van een boom zitten.
Terug met de boot, als we aankomen worden we belaagd door verkopers. We moeten lang wachten op de bus, om de tijd te doden kijken we wat in de souvenirshops (ik o.a. Galybaya's). Als de bus aankomt heeft hij als smoes dat hij ergens anders stond te wachten.
Op naar de Aswan dam, maar dit is absoluut niet spectaculair zoals verwacht mocht worden. Terug naar het hotel, ik ga voor in de bus zitten, kwart over een daar. Ik ga wat slapen op de hotelkamer, Daphne gaat postzegels, water en cola kopen. Als ik wakker wordt ligt er een briefje van Daphne:

'Dag lief,
je lag zo lekker te slapen dat ik je niet wakker wilde maken. Daarom ben ik naar beneden gegaan (het is nu 18 uur) - ik kom straks wel even kijken hoe het met je is.
Kus, Daphne'

Ik ga dus maar naar het zwembad om te zwemmen, het dagboek bij te werken en de (snelle) zonsondergang te zien. Douchen en om zeven uur verzamelen om bij het Panaroma restaurant te gaan eten. Ik bestel 'vegetable with meat', maar dit blijkt een soort soep te zien, toch wel lekker. Ook deze ober spreekt Nederlands, je wordt er niet goed van. Van het 'panorama' is niet veel te merken omdat er een grote Nile cruiser voor ligt. Tijdens het eten moet ik twee keer naar de wc (dunne).
Na het eten gaan Daphne en ik op zoek om te kunnen internetten, we vinden het, ik ren een steegje in maar het is te laat: broek vol met diarree. Via de bazaar naar het hotel gelopen en onderweg wat gekocht voor morgen. In het hotel de kleren uitwassen, spullen pakken voor morgen, en slapen.

8. Vrijdag 20 oktober

We staan vroeg op, en worden bij het ontbijt weer aangesproken door de zenuwachtige ober die de hele tijd tegen je roept 'group, group, group, djoser, djoser, djoser'. Na mijn imitatie houdt hij er mee op. Zowaar zijn we niet als laatste bij de receptie.
We worden met twee busjes naar de twee felluca's gebracht, waarvan de kuip is overspannen met planken, bedekt met kussens. Heerlijk relaxen. Het waait hard dus we schieten lekker op. Op de ene boot zitten de 'acht', op de andere boot de overige met reisleider.
Onderweg stoppen we voor een pitstop, en om te kunnen lunchen: de zeilers hebben onderweg een pasta bereid met tomaten/bonensaus. Hier worden ook takken verzameld voor het kampvuur vanavond. De kapitein leert je hoe je uit de boeien moet komen, en wij leren hem kaartspelletjes. Mooie uitzichten vanaf de blauwe Nijl met groen langs de kant gevolgd door woestijn.
Tegen zonsondergang gaan we aan land. Snel een 'wc' zoeken, maar Daphne moet van de bootsmannen een andere kant op lopen dan ik. We oefenen onze danspassen op een vlak stukje grond. Het eten is weer verrassend: rijst met een soort groentensausmix en brood. Er wordt een kampvuur gemaakt, Nederlandse liederen gezongen uit het boekje van Adrie, gevolgd door Nubisch getrommel met eentonige zang met echo ('Heeja Heeja') en een rondedans. Ik loop nog een eindje met Daphne en genieten van de sterrenhemel, bij terugkomst is het e.e.a. ingekakt. We gaan daarom maar slapen om half tien. 's Nachts nog een keer er uit om wat te lozen.

9. Zaterdag 21 oktober

Ik wordt wakker als de boot alweer vaart. We zien de zonsopkomst. Ik probeer nog wat te slapen maar dat lukt niet echt, want het is koud en de kussens hebben niet echt lekker gelegen (last van de schouders). Enno heeft slecht kunnen slapen omdat de schipper waarnaast hij lag erg stonk. Daphne en Karin hebben slecht kunnen slapen omdat ik en Enno snurkten.
Het ontbijt: hardgekookte eieren, jam en brood van gisteren, gelukkig heeft iemand nog koekjes. Geen thee (dat zou je juist verwachten), dus die komt later.
We gaan bij Kom Ombo aan wal, maar Daphne en ik gaan deze site niet bezichtigen. We lopen langs wat uitdragerijen en komen verderop een mannetje tegen die ons kettinkjes wil verkopen. Deze willen we niet, maar ik geef hem wel een pen en later nog een broodje en een wc-rol. Als dank mag ik een foto maken.
Lang wachten op onze bus. In konvooi, dat schijnt veiliger te zijn, rijden we naar Edfu. Het konvooi houdt echter niet goed stand, want de chauffeurs proberen elkaar continu in te halen.
In Edfu hebben we wel de site bezocht. Deze is geheel gericht op Horus, zijn beeltenis is overal te zien. Binnen zijn tempels binnen tempel en is een Solar boat te zien.
Voordat we bus in gaan stoppen we nog even bij een waanzinnig smerig toilet. Het konvooi is nu groter en we krijgen een militair mee, gewapend en al.
Om kwart voor twee komen we aan bij het Flobater Hotel in Luxor. Weer een kort verhaal van Andre. We gaan naar de hotelkamer met balkon met uitzicht op de Nijl en een bad ! Uitpakken en tanden poetsen. Het zwembad is dit keer op de begane grond en ommuurd. Zwemmen, dagboek bijwerken en chips. Arjan, Karin, Enno en Daphne doen lummelen in het zwembad.
Daarna in bad en kleren wassen in de badkuip. Om half acht met z'n dertienen eten. We willen naar het centrum, maar omdat dat nogal ver lopen is, houden we een piasterbusje aan, even proppen dus. Voor Pt 50 per persoon worden we naar restaurant Amoen vervoerd. Daar tomatensoep, pizza met aardappelsalade en yoghurt toe. In twee minibusjes terug naar het hotel, half elf slapen.

10. Zondag 22 oktober

Om half vijf opgestaan; om half zes lopen we met onze gids van het hotel naar de Nijloever om daar een oversteek te maken met een motorbootje. Daar de bus naar de vallei van de koningen. De gids is gelukkig snel en heeft ook een hekel aan massa's toeristen, daarom zijn we als eerste (!) daar. Van de parkeerplaats met een treintje naar de entree.
Ons kaartje geeft recht op een bezoek aan drie graftombes. Als eerste naar de tombe van Ramses IV. Hier prachtige kleuren in de hiërogliefen de decoraties. De gids is archeoloog en weet zeer veel, maar was niet erg verstaanbaar, misschien omdat ik me niet goed kon concentreren door de vermoeidheid. Hij vertelt onder andere dat op de muren meerdere boeken zijn geschreven (in hiërogliefen), met daarin allerlei spreuken die de overleden farao nodig heeft tijdens zijn reis naar het hiernamaals. In de echte tombe (achterste kamer) een reusachtige granieten sarcofaag. Het dak is beschilderd met een vrouwenfiguur die s' avonds de zon opeet en 's ochtends weer baart.
Vervolgens de tombe van Amenhotep II, ook hier zijn we als eerste toeristen binnen. De gang naar de tombe werd onderbroken door een schacht die het voor grafrovers moeilijker zou moeten maken om binnen te komen (heeft uiteraard niet geholpen). Alleen de grafkamer zelf was beschilderd, en het leek alsof de schilderingen pas gisteren gemaakt waren. De schilderingen waren ook niet allemaal af en de sarcofaag was eenvoudiger, van kalksteen, en minder groot (klein mannetje). De kleuren waren anders (geel, lichtblauw, grijs) en er waren geen reliëfs. Onze gids maakt zich erg druk omdat Egypte niets doet aan het verval, met name door de luchtvochtigheid.
Daarna de tombe van Ramses VI, deze leek erg veel op die van Ramses IV. De sarcofaag was helemaal in stukken maar de grafkamer was heel groot en had een boogvormig dak, beschilderd met een blauwe hemel met sterren.
Met de bus naar de tempel van Hatshepout, deze was al van verre te zien en leek modern en zag er als nieuw uit (restauratie werkzaamheden). Aan de hand van reliëfs vertelde de gids over de verre reizen die werden gemaakt voor onder andere goud en mirre. Ze had zelfs complete bomen laten overkomen die ze bij de tempel plantte. Helaas was een groot gedeelte voor het publiek gesloten (restauratie). Lopend naar de bus koop ik nog een set ansichtkaarten.
Op naar Deir el-Medina voor de graftombes van Sennedjem en Inherhau, twee kunstenaars die veel grafkamers van farao's versierden. We mogen maar kort naar binnen in kleine groepjes. Werkelijk schitterende kleuren, ook met alledaagse bezigheden.
Tenslotte de kolossen van Memnon bekeken, erg vervallen maar waarschijnlijk de meest gefotografeerde objecten van Egypte (dit was ook te merken).
Teruggekomen bij de ferry proberen we te eten bij restaurant Toutanchamon, maar van buiten ziet het er niet zo fris uit. We maken de overtocht naar de East bank, waar de groep zich splitst. We lopen door de stad; Enno wil gaan eten bij de buren van Amoen, daarom gaan Daphne en ik naar iets anders op zoek.
Uiteindelijk hebben we broodjes gekocht, en bij de Mac milkshakes en hambo's, die we op een bankje aan de Nijl hebben opgegeten. Nu ben ik wat humeurig. Naar hotel lopen. Hier heb ik geslapen van 1515 tot 1815 - ik was doodop. Eten met de groep bij Kings Head Pub, een Engelse pub. Daar wordt nog wat gekaart, en poolen Arjan en ik. Half twaalf in bed.

11. Maandag 23 oktober

Lekker uitgeslapen. Ik sta om kwart voor acht op, maar Daphne blijft liggen want ze is verkouden. Tijdens het ontbijt spreken we af dat we om elf uur zullen kijken wat we die dag gaan doen. Terug naar de hotelkamer. Om elf uur gaan we naar het zwembad, waar blijkt dat iedereen daar een beetje blijft hangen.
Daphne en ik lopen dan maar naar het Luxor Museum, maar we komen daar te laat aan, en gaan dus maar naar de Luxor Tempel. Hier onder andere een lange rij sfinxen gezien, de obelisk waarvan het evenbeeld in Parijs staat, perfect gehouwen Ramses II kolossen, en gigantische pilaren. Ook de god Min gezien, die van de vruchtbaarheid, en de cartouche van Alexander de Grote.
We gaan lunchen bij Amoen, waar ik een club sandwich eet. Ik lees in mijn reisbijbel dat je een ISIC studentenkaart kan krijgen, die overal veel korting geeft op toegangskaartjes. We laten daarom pasfoto's maken, die in een uur klaar zullen zijn. In de tussentijd lopen we over de souq. We halen de pasfoto's op en lopen door naar het agentschap, maar daar zijn geen kaarten meer op voorraad.
We willen met een piasterbusje naar het hotel. De eerste slaan we af (LE 5 pp), en de tweede dingen we af van LE 2 naar 1, maar de chauffeur weet niet waar Flobater ligt. Toch maar instappen. Toevallig rijdt hij de goede kant op, en vlak bij het hotel roep ik "hoooo" om uit te kunnen stappen. We gaan zwemmen, drinken thee langs het zwembad, en werken het dagboek bij.
Om half acht verzamelen we voor het eten. We willen naar een Italiaan, maar daar blijkt dat het veel te duur is. Op aanraden van Daphne gaan we naar Ali Baba dat op zich op een toplocatie ligt: uitzicht op de Luxor Tempel, op een dak onder de sterrenhemel en toetergeluid op de achtergrond. Het geheel ziet er echter nogal 'shabbie' uit: vuile kussens en tafels, en slechts twee (gas)lampen. Niet iedereen eet even lekker, Daphne (moussaka) en ik (Ali Baba pizza) wel. Andre had het al lang gezien en is in de tussentijd naar de Mac gegaan. De hele maaltijd wordt er veel gegeind over het restaurant en het voedsel.
Na afloop halen we nog wat ijs bij de Mac, en lopen terug naar het hotel. Daphne en ik gaan nog even internetten naast het hotel, en gaan dan slapen.

12. Dinsdag 24 oktober

Half zes wakker door de wekker. Daphne heeft hoofd- en spierpijn en is verkouden, toch gaat ze mee ontbijten. Iedereen druppelt binnen in de ontbijtzaal en zoals gewoonlijk in dit hotel is het ontbijt een beetje karig. Met zeven man/vrouw gaan we de fietsen bekijken (één sleutel blijkt op meerdere sloten te passen) van Chinese makelij. De remmen werken slecht tot niet (dat zou je juist verwachten). Anderen gaan met de koets naar Karnak.
Lekker fietsen op de krakkemikkige fietsen, de Egyptenaren toewuiven die van verre af je een felluca-tocht of taxi proberen aan te smeren. Net als de lokale bevolking negeren we de stoplichten volledig, helaas zit op de fiets geen toeter of bel om deze onnodig te gebruiken.
Om tien voor zeven komen we aan bij Karnak waar we snel een kaartje kopen op aanwijzing van de gids van eergisteren. Anderen komen per koets, weer anderen per taxi omdat ze niet hebben kunnen afdingen. Afijn met de hele groep naar binnen, behalve Andre. Karnak ('the place of the ghost') is de plaats van Amun (de schepper van alles, vaak afgebeeld als een ram), zijn vrouw Mut (godin van de hemel), en hun geadopteerde zoon Khonsu (maan god). Het is gedurende ± 1500 jaar gebouwd.
Aan het eind van de laan met de sfinxen legt de gids uit hoe het complex in elkaar steekt. In het grote open plein zijn de ligplaatsen van de drie te vinden, alsmede grote standbeelden van Ramses II (wie anders) die ook hier zijn naam heeft doen gelden. Diverse theorieën werden hier ontrafeld: beelden stonden vaak met hun linkervoet voor omdat de beeldhouwers rechtshandig waren, en het teken voor leven stelt inderdaad een mensfiguur voor. Ook werd uitgelegd hoe de gigantische kolommen werden gebouwd (stenen leggen, opvullen met rommel, volgende laag) en hoe een obelisk rechtop werd gezet.
Via een omweg komen we de 'Hypostyle Hall' binnen, wat kolossaal ! Gigantische kolommen, de hoogsten 23m hoog en rondom 15m, in de vorm van papyrus planten. Er waren nog gedeelten van het dak te zien met hiërogliefen in kleur. Wat fantastisch moet het zijn geweest om hier gelopen te hebben wanneer het nog intact was. Het was een van mijn wensen hier, net als James Bond, nog eens rond te lopen.
Verder zien we nog o.a. twee obelisken, de beeltenis van Toetanchamon met zijn vrouw, en een grote scarabee. We eindigen bij het geheime meer, waar we afscheid nemen van onze gids, en hem nog een extra fooi geven. Via een omweg lopen we terug naar de uitgang. Niet voor niets noemden deze Karnak ook wel Ipet-Isut (The Most Perfect Of  Places) !
Met de fiets/koets/taxi begeven de meesten zich naar het hotel of gaan nog de stad in. Om elf uur zit ik alweer aan het zwembad want uiteraard moet er ook uitgerust en gebruind worden. De rest van de dag dus heerlijk gerelaxed. Daphne gaat om een uur of drie naar boven om te slapen.
Om zeven uur is er een gezamenlijk diner van maar liefst vier gangen aan het zwembad. Onder het genot van een Djoser drankje mag iedereen evalueren over de reis tot nu toe. Aan het eind van het diner geeft de hoofdober een 'Magic Show' weg, waarbij uiteraard enkele mensen uit het publiek worden gevraagd.
Om half tien druipen enkelen af vanwege moeheid of verkoudheid wat nu in de groep schijnt te heersen. Ik ga nog even naar de Kings Head Pub, waar ik samen met Andre, Gerjan, Yvonne en Mirjam een kaart leg. Half twaalf slapen.

13. Woensdag 25 oktober

We slapen wat uit omdat Daphne zich ziek voelt (hoofdpijn, spierpijn, etc.). Toch gaan we samen ontbijten. Ik besluit in mijn eentje te gaan fietsen, terwijl Daphne op de hotelkamer blijft liggen. Als eerste fiets ik langs het postkantoor om de post te versturen.
Doorfietsen naar het Luxor museum. Ik wil weer korting krijgen met mijn 'studentenkaart' (LE 40 > 20), maar de juffrouw wil er eerst niet aan, maar na wat zeuren mag ik LE 30 betalen voor een studentenkaartje (ra ra waar blijft de LE 10). Om tien uur bij het museum naar binnen. Het museum is niet zo groot, maar er zijn mooie stukken te zien. Vooral enkele beelden zijn mooi gehouwen, zoals de beelden van Amenhotep III op de begane grond. Verder onder andere een bed van Toutanchamon, en de potjes waarin de organen van een priester hebben gezeten.
Ik probeer vervolgens de tempel van Mut te vinden, die zich Noordoostelijk van het museum zou moeten bevinden, maar na veel fietsen vind ik deze niet. Ik zie wel diverse stukken van de laan der sfinxen die de Luxor tempel en Karnak verbonden.
Vervolgens maar wat rond fietsen. Ik fiets richting het Noorden door allerlei vage straatjes vol mensen en bedrijvigheid. De straten zijn erg vuil en ik zie geen enkele toerist in dit gedeelte van Luxor. Ik koop ergens goedkoop bananen, sinaasappelen en cola voor Daphne.
Om twee uur ben ik weer terug in het hotel. Met Daphne loop ik de stad in want ze wil traveller cheques inwisselen. Terug in het hotel gaan we op het dakterras zitten, waar we genieten van thee en de zonsondergang. In de hotelkamer slapen we wat en werken het dagboek bij.
Half acht verzamelen voor het eten. Met een smoesje ga ik terug naar boven om de hotelkamer te versieren met slingers en ballonnen. Arjan, Miranda, Annemarie, Karin, Enno en Vera zijn op de West bank op bezoek geweest bij een Egyptische familie. Enno en Adrie zijn naar de Light & Sound show in Karnak.
We gaan (ver) lopen naar Mish Mish, een eettent. Ik nuttig een pizza voor de verandering. Binnen is het erg warm en Daphne wil naar het hotel, en we zijn dus blij als we weer buiten staan. Omdat het de heenweg ver lopen was, nemen we de terugweg een piasterbusje. Op de hotelkamer een verrassing.
Om half elf verzamelen we om samen met drie Egyptenaren, die de anderen vandaag hadden leren kennen, naar de Red Lion club te gaan (Daphne blijft in bed). De 'disco' is eigenlijk een soort café met een klein dansvloertje. Er wordt Westerse muziek gedraaid, meest actueel, maar ook enkele Arabische liederen. Langs de kant staan enge Egyptenaren. Het bier is erg duur (LE 15). Op tijd terug naar het hotel want...

14. Donderdag 26 oktober

Om kwart over zes staan we op. Ik geef Daphne de cadeautjes die ik al in Nederland had gekocht: een zilveren ring, en een CD met de muziek van de film welke we gezien hebben 'Himalaya'. Met ballon naar het ontbijt; in de lobby wordt Daphne gefeliciteerd door Arjan, Miranda, Enno en Annemarie. Na het ontbijt verzamelen we in de lobby van het hotel. Hier wordt Daphne toegezongen, en krijgt ze van ons clubje een zilveren armband, verpakt in een zakje met daarop 'Mark's jewellery'. Van de rest van de groep krijgt ze een verjaardagskaart en twee boekjes, een over de vallei van de koningen, en een over Abu Simbel.
We vertrekken om half acht in colonne met een busje met weinig beenruimte. Onderweg slapen, lezen en Cd's luisteren. Onderweg bergen met mooie kleuren, maar een redelijk vlakke weg door de bergen. Daphne trakteert toffees. We maken één tussenstop midden in de woestijn, waar tegen belachelijke prijzen ook een drankje genuttigd kan worden.
Plots verlaten we de bergen en komen uit op een vlakte met daarachter een blauwe zee. Om één uur zijn we in het hotel in Hurghada, waar spontaan een drankje wordt aangeboden en er opeens 78-toeren muziek wordt gedraaid. De kamer is smerig, ook hier is geen (schoonmaak-)dame te herkennen. Ik, Bart, en Sjoerd (van de andere Djoser-groep) bezoeken twee duikcentra, en kiezen uiteindelijk voor 'Orca', een Duits duikcentrum (PADI, CMAS). Hier passen we alvast de spullen, zodat dat morgen niet meer hoeft.
In de tussentijd gaat Daphne op zoek naar een restaurant en gaat vervolgens aan het strand liggen. Ik ga ook naar het strand, en met mijn eigen snorkel zwem ik wat rond, enkele mooie visjes bekijkend. Gerjan en Karin snorkelen daar ook, en laat ik Karin schrikken door aan haar voet te krabbelen.
Als iedereen weg is, en de zon vrijwel onder is, lopen Daphne en ik terug naar het hotel. Douchen. De groep gaat snorkelspullen passen in de lobby bij Flipper Alie. Daphne wil naar huis bellen, en na het kopen van een telefoonkaart en vele telefooncellen later, lukt dat. Vervolgens wisselt Daphne de rest van haar dollars.
We gaan eten bij een restaurant 'Il Foro', en nuttigen onder andere lasagne. We lopen naar café 'Papa's waar de rest van de groep ook heen zou gaan, maar er blijkt niemand van ons te zijn. We drinken bier en wijn. Op de terugweg naar het hotel komen we nog wel enkelen tegen, maar wij lopen door. Daphne neemt nog een ijsje bij de Mac, waarna we gaan slapen.

15. Vrijdag 27 oktober

Om half acht ontbijt (of wat daar voor door mag gaan) samen met Bart, om acht uur vertrek naar het duikcentrum. Direct spullen inladen in de boot en vertrek. De boot is lekker ruim en heeft een dak waar je ook op kunt gaan. De bootbemanning bestaat uit Layla, een instructrice, Bruno onze begeleider, twee zeelieden, en een Duits stel wat bezig is met een opleiding.
Het is een lange zit naar onze duikstek 'El Fanadir'. Daar aangekomen blijkt dat meerdere mensen op dat idee zijn gekomen, er liggen zeven boten op rij aan het rif geketend. Mijn buddy wordt Bart, en na het doornemen van de duik, de duikplek, de signalen en de buddycheck gaan we te water. De stek is een zandbodem met een stijl rif. Het water is enigszins troebel en daardoor zien we ook minder kleuren. Het koraal is redelijk vernield en overal zie je duikers, die allemaal tegelijkertijd het water zijn ingegaan. Er is een lichte stroming uit het Noorden waar we tegenin zwemmen. Sjoerd kan er werkelijk niets van, hij zwaait continu met zijn armen, gaat als een jojo door het water en verbruikt waanzinnig veel lucht. Direct zien we een grote papagaaivis. Verder nog gezien: koraalduivels, steenvissen, blauwgespikkelde pijlstaartroggen, en natuurlijk veel juffertjes en grondels. We moeten al snel rechtsomkeer maken vanwege Sjoerd waarvan het lijkt alsof zijn ademautomaat in een 'freeflow' is geraakt. De terugweg gaat sneller vanwege de stroming, en we zwemmen langzaam omhoog. Bij de boot aangekomen maken we een veiligheidsstop aan een koord onder de boot. 
Bij bovenkomst heeft de bemanning een maaltijd bereid: rijst met prut en salades en een soort frikadel. Na de lunch vertrekt de boor naar de volgende duikstek, in de tussentijd krijgen de Duitsers les en ga ik op het bovendek slapen. Bij aankomst blijven we nog geruime tijd aan het anker dobberen. Het is een stuk rustiger dan de vorige duik.
Tijdens de duik zijn ongeveer dezelfde vissen te zien maar minder in aantal; het koraal is wel mooier van kleur en minder beschadigd, onder andere tafelkoraal en zacht paars koraal. We komen ook een grote rots tegen, vol met grote gaten waarin het krioelt van de vissen. Sjoerd maakt zich weer belachelijk, waardoor we weer vroegtijdig de duik moeten afbreken. Ik heb last van mijn rug en een lichte hoofdpijn. Het trimmen is ok, maar wellicht heb ik twee kg lood teveel bij me. Bij bovenkomst weer een grote hoeveelheid snot, blijkbaar ben ik toch een beetje verkouden. Voor de rest van de dag heb ik lichte hoofdpijn.
We varen terug en zijn om half vijf in de haven. We helpen uitladen en spoelen onze eigen kleren. Ik moet LE 190 betalen. Om weg naar het hotel haal ik nog een Big Mac. Daphne is reeds op de hotelkamer gedouchte en wel. Zij hadden wat problemen die dag met Flipper Alie want ze kregen niet wat hen was beloofd, dit resulteerde in de bijnaam Falie en een refund.
Half acht verzamelen voor het eten bij een visrestaurant 'El Sakia', waar wij als enigen zijn. Ik neem een spaghetti met weinig saus. Tijdens het eten lachen en roddelen we lekker over de andere Djoser groep, zoals over Smettie, reflecterende Ruurd, het verkennertje, faraokapsel, Johan Olaf Koss en Schlemiel.
Na het eten lopen we nog even langs een paar winkels, en gaan direct door naar het hotel. Elf uur slapen.

16. Zaterdag 28 oktober

Vanaf zes uur was er ontbijt want om 645 zouden twee busjes vertrekken om ons naar de haven te brengen. De jongen die het ontbijt serveerde had enkele opvallende plekken in zijn broek. Arjan opent per ongeluk een brandslang. Om zeven uur zijn we bij de boot, een catamaran, die ons naar Sharm-El-Sheik brengt. Om acht uur vertrek, onderweg kaarten, koffie drinken, en roddelen over wie wie is in de andere Djoser groep.
De boot gaat erg heen en weer waardoor Daphne zich niet zo lekker voelt. Bij het uitstappen moet de bagage wéér door de scanner. We vertrekken weer in 'colonne' (drie busjes), maar voor vertrek zijn er problemen met de politie. We rijden door de bergen die mooie kleuren hebben: geel, blauw-grijs, rood en bruin. De uitlopers van de bergen hebben een soort gletsjers van zand.
In het begin van de middag komen we aan in Nuweiba bij Al Salam Village, een soort bungalowpark met witte huisjes, weer niet echt schoon, en er komt zout water uit de kraan. We zitten wel lekker dicht aan het strand en als je het water inloopt zit je direct tussen het koraal.
Met Bart, Gerjan en Enno gaan we een duikschool zoeken. Bij de eerste, vlak bij ons park, kunnen we afdingen van $65 naar $60, dus lopen we 3 kilometer verder waar we afdingen naar $52. Teruglopen gaan we nog even bij de eerste duikschool, en regelen alsnog een prijs van $50 (ik $5 extra korting voor mijn regulator).
Bij terugkomst is Daphne wezen snorkelen. We zitten nog even op het strand en gaan daarna douchen. De badkamer is erg smerig en het water loopt niet weg.
Om zeven uur verzamelen voor het eten. Het dorp is uitgestorven, waarschijnlijk omdat de Israëliërs die dit dorp normaal overspoelen, een negatief reisadvies hebben gekregen. We gaan eten bij 'Petra'. Hier snappen ze tenminste hoe een westerse toerist in elkaar steekt. Voor de verandering pizza. We lopen weer terug in het donker. De sterren zijn goed te zien; ik wordt gewezen op de kleine beer.
Als we om elf uur willen gaan slapen komt er een krekelgeluid uit de badkamer. De krekel is in een gat gekropen en wil er niet uitkomen. Dan maar met veel herrie gaan slapen, in een lakenzak want de lakens zijn te smerig.

17. Zondag 29 oktober

Half zeven wakker. Het ontbijt is hier redelijk, nu eens geen lopend buffet maar je krijgt alles op een bordje. Half acht vertrek met twee jeeps en drie bedouienen naar de Colored Canyon. Het eerste gedeelte gaat over asfalt, maar daarna volgt een hobbelige weg die de dames nogal wat problemen geeft. Ook rijden we dwars door een mijnenveld. De bergen hebben mooie kleuren, we lopen door spleten en moeten ons soms door gaten wurmen of gevaarlijk afdalen. Hierdoor krijgt Daphne veel last van haar polsen. We 'lunchen' om half elf, maar omdat ik nog geen honger heb eet ik niets. We gaan weer terug, krijgen onderweg een lekke band, en stoppen bij een 'supermarkt' waar iedereen waanzinnig veel inslaat, waarschijnlijk zijn het familie van de chauffeurs.
Bij terugkomst zitten we met z'n achten voor een van de huisjes. Samen met Daphne lunch ik wat (tomatensoep, thee, pannenkoek) en nemen wat suiker mee voor de yoghurt die we ingeslagen hebben. Daarna luieren op het strand. Ook snorkelen direct vanaf het strand: papagaaivissen (mannelijk en vrouwelijk) en veel andere soorten, zoals juffertjes). Het dagboek heeft drie dagen achterstand en moet bijgewerkt worden. Sjoerd wil morgen ook gaan duiken dus sturen we hem naar de duikschool.
Samen liggen we nog lang op het strand, waarna we gaan douchen en nog wat kleren wassen. Om zeven uur verzamelen voor het eten, een aantal is niet aanwezig omdat deze de kamelensafari is gaan doen. We lopen over de 'promenade' en besluiten te gaan eten bij Sababa. Gerjan doet zich voor als de reisleider Andre. Lekker eten en veel: spaghetti napolitane met extra saus. Daarna uitbuiken op de kussens die overal op de grond liggen. Goede muziek: Clapton, Nirvana en Bob Marley. We doen een spelletje hints, waarbij degene die het heeft geraden het volgende onderwerp moet uitbeelden. Met vijf man, waaronder wij, lopen we terug naar het park. De krekel zit nog steeds in de badkamer, maar hij uit zijn hol gekropen, dus na de gaten te hebben gestopt kan ik hem makkelijk vangen en de deur uit doen. Kwart voor elf slapen.

18. Maandag 30 oktober

Enigszins uitgeslapen, om kwart voor acht gaat de wekker, maar Daphne is al lang wakker. Ik pak m'n spullen voor de duik en ga samen ontbijten met een beperkte club. De kamelenrijders (Yvonne, Adrie, Mirjam en Andre) zijn inmiddels terug; de tocht is een beetje tegen gevallen, zoals verwacht.
Om kwart voor negen lopen Enno, Bart, Sjoerd, Karin, Gerjan en ik naar de duikschool. Karin en Gerjan gaan een introductieduik maken. Eerst de spullen passen, die van goede kwaliteit zijn (o.a. Scubapro, 12 liter aluminium flessen). Met jeep en aanhanger rijden de duikers in ± ½ uur naar de duikstek aan het strand, daarna worden Karin en Gerjan opgehaald. In de tussentijd maken wij onze duikspullen klaar. We gaan lopend te water. Bart is mijn buddy, Enno en Sjoerd zijn buddy en we volgen de begeleider. Wat hebben we zoal gezien ? Bol koraal ter grootte van een voetbal met een zwerm visjes erin/omheen; murene; eenhoornvis; grote kogelvis(?). De kleuren zijn erg mooi door het heldere en ondiepe water. Perfect getrimd.
Dan gaan eerst Karin en dan Gerjan hun proefdijk maken van 30 minuten. Beide vinden het erg mooi. We lunchen met zelf meegebracht voedsel. We rijden naar de volgende duikstek 5 minuten verderop. Ook hier gaan we lopend te water. Het is een langzaam aflopende zandgrond, dan horizontaal koraal en dieper. Ik zie onder andere tafelkoraal en een murene. Aan het eind van de duik maken we een veiligheidsstop, en om de tijd te doden nemen we allerlei rare standen aan (o.a. op je kop), die ook op de gevoelige plaat worden vastgelegd. Bij het water uit komen heb ik een lichte hoofdpijn en komt er veel snot uit. Sjoerd weet wel raad met de hoofdpijn van Bart. Snel inpakken er terug rijden, het hulpje zit op de aanhanger.
Bij de duikschool aangekomen hoeven we niets uit te spoelen of op te hangen. We onderhandelen over T-shirts: LE35 -> 27, bijna iedereen koopt er een. Ik geef de eigenaar een salmiaksnoepje, maar dit vindt hij te heet.
We lopen terug over het strand. Om vier uur zijn we terug bij het bungalowpark, waar Daphne op een strandstoel zit. Ze heeft die dag geen dolfijn gezien, en heeft een beetje op het strand gelegen en gesnorkeld.
Weer om negen uur verzamelen voor het eten bij dezelfde tent als gisteren. Al liggend buiken we uit met thee. Daphne en ik lopen alleen in het donker terug. Elf uur slapen.

19. Dinsdag 31 oktober

Om kwart over zes op want om half acht vertrekken we. De andere Djoser groep krijgt een heuse touringcar, wij ons vertrouwde (kleinere) busje. Onderweg prachtige bergen, ze lijken uit laagjes opgebouwd, maar wat minder kleuren dan we tot nu toe gewend waren. Overal Bedouienen langs de weg met kamelen. We komen de andere bus tegen die pech heeft. Onze chauffeur stopt en probeert hem te helpen, wat erg lang duurt. We maken maar van de gelegenheid gebruikt om onze danspassen wat te oefenen. De bus rijdt weer enigszins, dus wij vertrekken ook. We maken onderweg nog een fotostop. Overal wordt veel gecontroleerd door de politie en het leger.
Om elf uur komen we aan bij het Katharina klooster. Niet iedereen (waaronder ik) gaat naar binnen; ik klim op de tegenoverliggende berg om het uitzicht te bekijken en een foto te maken. Op naar ons hotel vlakbij, Al-Wadi Al-Mouqudus, wat in aanbouw is en het zwembad is nog niet af. Onbegrijpelijk waarom hier zoveel gebouwd wordt, er zijn haast geen toeristen te zien.
Nadat we zijn uitgeladen gaat onze bus de andere Djosergroep ophalen. We hebben vier bedden op onze kamer maar ook hier is het niet schoon. We gaan 'sandwiches' eten maar die zijn waanzinnig duur. Half twee vertrekken Arjan, Miranda, Daphne en ik voor de beklimming van de Mt Sinai, de hoogste in de Sinai. Om twee uur zijn we bij het klooster waar de beklimming begint. We kiezen niet voor de trappen (ooit gebouwd door een monnik), maar voor het pad. Het begin is zanderig, maar naarmate de beklimming vordert komen er steeds meer keien. Mooi uitzicht op de verderop gelegen vlaktes. Rode bergen. In een straf tempo lopen we omhoog., Arjan en Daphne lopen voorop. Het laatste stuk bestaat uit trappen, wat erg zwaar is. Om half vier zijn we boven.
Om de tijd te doden eten we wat sinaasappels en koekjes, en maken enkele foto's. Er zijn ongeveer 150 man bovenop de berg. Om vijf uur gaat de zon onder. Er ontstaan mooie regenboogkleuren. Niet lang daarna (half zes) beginnen we met de afdaling want nu is er nog enig licht. We kunnen nog lange tijd zonder zaklamp lopen. Door de ondergaande zon krijgen de bergen steeds andere kleuren. Door het weinige licht verstuik ik mijn linker enkel; Daphne allebei en verdraaid ook nog haar knie. De sterrenhemel is erg mooi en helder.
Om zeven uur zijn we terug in het hotel, waar we direct kunnen aanschuiven bij het buffet, wat redelijk goed is. We zijn erg moe. Daphne gaat douchen maar heeft koud en weinig water; het blijkt dat de thermostaat zeer laag is ingesteld, en nadat ik deze hoger heb gezet en heb gewacht tot het water warm is, neem ik ook een douche. Daarna gaan we naar het restaurant waar we bij thee en koffie ons dagboek bijwerken. Om elf uur slapen.

20. Woensdag 1 november

We hadden de wekker om acht uur gezet, maar om half zeven waren we beide al wakker (Daphne zelfs eerder). 's Nachts wakker gehouden door muggen en reisgenoten die vertrokken voor hun beklimming van de Mt Sinai. Een uitgebreid ontbijtbuffet, dus twee keer halen. De anderen van de groep druppelen binnen.
Daphne en ik lopen om negen uur het dorp in voor wat boodschappen, waaronder een kaart die ik naar Aqua Diving wil sturen. Terug naar de hotelkamer om de koffer te pakken. Het blijkt dat ons clubje van acht naast en onder elkaar vier hotelkamers bezet. Daarom maakt Bart enkele foto's van ons terwijl we uit het balkon leunen.
De bus van de andere Djoser-groep is nog steeds kapot, maar wij laden in en zij gaan naar het Catharina-klooster. Iets na tien uur vertrekken we naar Cairo. De weg gaat weer door de bergen en de woestijn (die wat meer lijkt op de bekende plaatjes van televisie en zo) tot we bij de kust aankomen (de rode zee). We vermaken ons met het luisteren van muziek en lezen; Daphne leest bijna een heel boek. Onderweg maken we een tussenstop om wat te eten. Ik bestel een hamburger en krijg plakjes zout vlees met Egyptisch brood en 'ketchup'. Daarna maken we nog een tussenstop waarbij ik sjans heb bij een verkoopster die mij 'bibi' noemt, waarschijnlijk omdat Daphne mij haar ijsje voert.
Langs de kust van de rode zee bereiken we het Suez kanaal waar we met een tunnel onderdoor gaan (wat een tegenvaller). We zien de zonsondergang vanuit de bus. In Cairo is het verkeer weer een chaos. In de receptie van ons hotel Happy City grijpt iedereen naar bier en nootjes, we moeten namelijk twintig minuten wachten voordat onze kamer gereed is. Na het douchen gaan we maar weer eten bij El Falafel bij gebrek aan beter. We moeten ook deze keer weer erg lang wachten (1u15). Hetgeen wat we besteld hebben wordt ook over een half uur uitgeserveerd, waardoor het eerste alweer koud is. Om half elf slapen.

21. Donderdag 2 oktober

Op de onofficieel laatste dag gaan we de rest van Cairo bekijken. Om acht uur zit een groepje aan het ontbijt die zingt voor de jarige Jellie. Om kwart voor negen lopen we met tien man naar het Egyptisch museum waar het erg druk is bij de ticket verkoop. Vrijwel direct lopen we door naar de eerste verdieping waar de spullen van Toutanchamon staan, omdat het daar nu nog vrij rustig is. We zien onder andere een gouden stoel, bedden, potjes voor organen en uiteraard het bekende dodenmasker.
In het museum staan voor de rest gigantisch veel spullen, maar er staan nergens bordjes bij, en er is niet echt een lijn in te herkennen. Ook hier was onze vakantiespreuk 'Ze doen maar wat !' weer duidelijk van toepassing.
Daphne en ik bekijken daarna de rest van de eerste verdieping en vervolgens de begane grond, met de Lonely Planet in de hand om toch nog de hoogtepunten te kunnen vinden en begrijpen. De buste van Nefertiti kunnen we niet vinden, en dit is logisch want deze staat in het British Museum !
In 2½ uur staan we weer buiten. In de 'tuin' van het museum wachten we op de anderen, en gaan naar de Pizza Hut voor broodjes. Om kwart over twee vertrekken Enno, Arjan, Miranda (wil liever direct naar Khan-Al-Khalili), Daphne en ik naar Old Cairo met de metro. De vier haltes kosten slechts PT 50. Miranda is sikkeneurig.
Bij aankomst op het station ritst Daphne haar broekspijpen er weer aan, wat nogal opzien baart. We gaan als eerste naar de 'Hanging Church', zo genoemd omdat deze niet op de grond staat maar op een fundering. We krijgen een rondleiding van een man ten behoeve van een donatie van ons aan de kerk. Na dit bezoek lopen we wat rond door Old Cairo en komen een synagoge tegen die we kort bezoeken.
Daarna zoeken we de pottenbakkers, maar deze kunnen we niet vinden, en omdat we verderop zwarte rook zien, lopen we er heen maar het blijkt veel te ver weg te zijn. Dit geven we dus maar op en proberen een taxi te regelen naar Khan-Al-Khalili, maar de taxichauffeurs vormen een kartel en we kunnen niet goedkoop vervoerd worden, en daardoor krijgen we bijna ruzie. Daarom lopen we maar terug naar de metro, stappen een keer over, en nemen vanaf hier een taxi. Bij het uit de taxi stappen wordt Enno aangesproken door een Egyptenaar die in Nederland is geweest. Hij weet wel waar we een eend (later blijkt een ibis) voor Jellie kunnen kopen. Hij lijdt ons door vage weggetjes, maar kan niets vinden. Dan maar weer teruglopen naar Khan-Al-Khalili, om half vijf zijn we daar en het wordt al donker.
Daphne koopt een scarabee voor haar broer, een pillendoosje voor haar vader, een Isis beeldje voor haar moeder; Enno een Toutanchamon masker en een scarabee; Arjan en Miranda een backgammon spel, een doosje en een kaartspel; ik koop twee koperen kandelaars.
In een taxi gepropt naar het hotel. Bij aankomst wil de chauffeur LE5 pp hebben in plaats van LE5, maar wij geven hem de afgesproken prijs en lopen weg.
Ik ga nog even wat fris en thee kopen in de stad. Op het dakterras van het hotel is door Jellie een borrel georganiseerd, waarvoor zij enkele flessen rum heeft ingeslagen. Aansluitend hebben we een lopend buffet, maar deze is minder goed dan het eerste maal wat we hier ooit aten (het eten is koud). Tijdens het eten houdt Andre een speech waarbij enkele statistieken worden genoemd (o.a. wie at de meeste pizza's ? antwoord: Mirjam).
Direct daarna houdt Adrie een speech voor Andre waarin hij natuurlijk wordt bedankt, en enkele mogelijke cadeaus worden genoemd (haarverzorgingsetje ?) die we voor het ingezamelde geld hadden kunnen kopen. Uiteindelijk krijgt Andre een badmuts en de rest van het geld. Arjan biedt vervolgens de cadeaus aan die we voor Jellie hadden gekocht.
We ouwehoeren veel, zingen wat en drinken bier. Voordat we naar de hotelkamer gaan maken we nog enkele groepsfoto's. Eenmaal op de kamer bedenk ik me dat ik wel graag een Lipton suikerpot zou willen hebben en wil daarvoor de stad ingaan. Daphne raadt aan dit gewoon aan het hotel te vragen; daarom gaan we samen naar beneden naar de receptie en van de hoteleigenaar krijgen we het cadeau. Voor de laatste keer de tas pakken. We werken de dagboeken bij en gaan daarna naar de receptie. We nemen afscheid van Andre bij het hotel en om kwart voor twee vertrekken we met de bus onder politiebegeleiding naar het vliegveld.
Op het vliegveld proberen we te shoppen (chocola) maar overal kunnen we alleen maar betalen in dollars. Daphne wisselt haar ponden in voor Nederlands geld; mij lukt het niet ponden om te wisselen in dollars. Mijn geld proberen we dan maar te slijten bij het cafetaria waar we fris en chips kopen. Om tien over drie moeten we gaan instappen. Daphne en ik hebben weer geen stoel naast elkaar gekregen, maar een Nederlander naast mij wil wel ruilen. Daphne slaapt vrijwel direct, bij mij duurt het wat langer, maar heb wel een goede nachtrust.

22. Vrijdag 3 november

De reis duurt 4:36. In Nederland aangekomen is de wintertijd ingegaan. Bij de bagageband nemen we afscheid van iedereen, en nemen de trein naar Duivendrecht. Daar eten we een broodje en fris, en nemen de trein naar Ede, vervolgens de bus. Daphne gaat naar haar ouders, ik naar Veenendaal. Het is koud, 10°C maar zonnig.
Het is herfst !

© 2000 Mark Nauta

 
 
 
gemaakt met kladblok Dit document voldoet aan HTML 4.01 Strict specificaties