Welkom op de website van Mark, Daphne, Niels en Jules Nauta
maak hieronder een keuze
 
familie Nauta Mark Daphne Niels Jules
• welkom
ons huis
trouwen
• reisverslagen • reactieformulier
gastenboek
• verantwoording
sitemap
 
familie Nauta > reisverslagen > guatemala

Reisverslag Guatemala, Honduras en Belize

Lees ook:

23 oktober - 14 november 1999
Groepsrondreis met Afriesh.

1. Zaterdag 23 oktober

Ma brengt me naar Leiden CS, vandaar neem ik de trein naar Schiphol. Ik ben daar precies op tijd, maar rook eerst nog een sigaret. Plot staat Mike, een oud-collega voor mijn neus, dus we praten wat. Het blijkt dat twee Afriesh groepen zich hier verzamelen, en aangezien er ook nog enkele brengers zijn, is niet direct duidelijk wie er mee gaan. Snel worden enkele introducties gedaan. Ik kan niet echt achterhalen wie de andere alleen-reiziger is, wellicht dat er mensen zich met z'n drieën hebben ingeschreven. De groep lijkt me erg oud. Als groep checken we in, zodat we zitplaatsen naast elkaar hebben.
Na inchecken gaat ieder zijn eigen weg, ik ga o.a. kijken bij de camera's (alles veel te hoge prijzen), en koop een slof sigaretten. Nadat ik een koffie heb gehaald, zie ik Anke en Herman zitten en sluit aan; ze willen nog inkopen doen, maar zijn erg afstandelijk willen niet vertellen wat. Ik loop wat rond, totdat ik een oproep hoor om in te checken. Bij de checkbalie staat een grote groep Mexicanen, dus even wachten maar ik mag direct doorlopen het vliegtuig in.
De Boeiing 747-400 van de KLM vertrekt 20 minuten te laat, en aangezien paartjes naast elkaar willen zitten, kom ik naast Rien en Wilma te zitten, die vertellen over hun zoon die in El Salvador werkt. Ze zijn erg trots op hem en zullen na de rondreis hem opzoeken in El Salvador. Verder weinig gespreksstof, gelukkig heb ik een krant en tijdschriften.
Het is een lange zit en continu worden we volgepropt met voedsel. Onderweg worden we vermaakt met de film Wild Wild West, die Spaans nagesynchroniseerd is met Nederlandse ondertitels, te laat kom ik er achter dat op een ander kanaal de oorspronkelijke Engelse taal te volgen is. Gelukkig wordt dit wel duidelijk bij de tweede film Notting Hill. Lange zit. Mexico-stad is weer goed zichtbaar. Er mag geen foto worden genomen van het vliegtuig, behalve door mensen die dit stiekem toch doen. De rokers verzamelen zich in een klein gedeelte van het vliegveld waar wel gerookt mag worden.
In anderhalf uur vliegen we naar Guatemala-stad; veel mensen zijn in Mexico uitgestapt, zodat de stoelen gebruikt kunnen worden als ligplaats. Vanuit het vliegtuig is de Agua vulkaan, die dicht bij Antigua ligt, al goed te zien. Als we zijn uitgecheckt wachten de busjes en reisbegeleidster Esther ons buiten op. Het is half zes en alhoewel het nog licht was in het vliegtuig, is het nu compleet donker. Nu blijkt dat Marie niet behoort bij het stel Peter-Marina, maar ook alleen reist. Ook wordt een carifuna ontdekt, die niet alleen de lokale gids is, maar tevens de toekomstige man van Esther.
Met twee Toyota Hiace busjes rijden we in drie kwartier naar Antigua, ik probeer te slapen maar door het slechte wegdek en het benauwde busje lukt het niet om te slapen. Vooral Guatemala-stad lijkt erg veel op Mexico qua chaos, wegen, gebouwen en mensen. We checken in in een aardig hotel La Sin Ventura, in een zijstraat van, en 50 meter van het park. Iedereen gaat direct naar zijn kamer om te douchen.
Om acht uur is er een 'welkomstdrankje' (flessen cola en sinaasappelsap worden over plastic bekertjes verdeeld) op de bovenste etage van het hotel, waar Esther een zeer summier verhaal verteld. Naast de standaard aanbevelingen om alleen gezuiverd water te drinken, verteld ze over de dingen die hier te doen zijn, maar weet geen antwoord op vragen daarbuiten. Ze biedt de mogelijkheid om te dollars te wisselen in quetzales, en in te leggen in de fooienpot.
Direct daarna loop ik door de stad en koop water. Antigua is een echte koloniale stad, met kleurige huizen (maar in dezelfde stijl als in Mexico), en een centraal park met kerk. Na de wandeling ga ik in het park zitten, drink bier, en lees in de reisbijbel. Er rijden veel jeeps en vervallen auto's rond, waarschijnlijk door de keienwegen in de hele stad. De meeste vrouwen gaan hier nog traditioneel gekleed, de mannen echter niet en lopen met mobiele telefoons rond. Er zijn veel verkopers maar zij dringen niet aan. Ook valt het op dat er veel buitenlanders rondlopen, waarschijnlijk vanwege de Spaanse scholen die hier veel te vinden zijn. Daarnaast veel verlopen hippies.
Om 2200 slapen, maar kan niet echt in slaap komen door de verkiezingspropaganda van de PAN, die zich voor het hotel heeft verzameld. 's Nachts word ik meerdere keren wakker (jetlag).

2. Zondag 24 oktober

Om half acht op, bewolkt. Bij de receptie kom ik Marie-Louise tegen, samen ontbijten we bij Doña Luisa Xicotencatl in een zijstraat van het park: roerei met bruine bonenprut en lauwe slappe koffie ! Uiteraard wordt de maaltijd geruime tijd na de koffie geserveerd. Gespreksonderwerp is o.a. eerdere reizen.
Esther zou van 9 tot 10 in de receptie zitten, we lopen dus terug maar om tien voor tien is er al niemand meer te vinden (dat zou je juist verwachten). Overleg met Marie wat te doen. We lopen naar Le Merced, een kerk waar een communie aan de gang is, die net afgelopen is. We bezoeken de naastgelegen ruïnes, waar een mooie fontein te zien is, en waar foto's worden gemaakt van de kinderen die op communie zijn gegaan.
Vervolgens lopen we naar de overdekte markt, waar het een chaos is. Hiernaast ligt het busstation, wat vol staat met Amerikaanse, afgeschreven, en vervolgens naar Guatemala geëxporteerde schoolbussen. De meeste zijn kleurrijk beschilderd, maar er zijn er zelfs bij die nog geel zijn en waar de Amerikaanse naam van de school nog op staat. Uiteraard produceren ze veel roet.
Naast het busstation ligt een vuilnisbelt waarop een voetbalwedstrijd aan de gang is. We sluiten aan bij het publiek en kijken een tijdje toe. Vervolgens lopen we verder en komen Celso, de vriend van Esther, tegen. Hij raadt aan naar een park te lopen maar die kunnen we niet vinden. Dan naar Escuela de Cristo (een kerk), hier wordt een kerkdienst gehouden. Verder lopen naar Iglesia de San Fransisco, een andere kerk. Hier wordt Hernando Pedro vereerd die hier ooit een ziekenhuis heeft laten bouwen. Overal hangen dankbordjes voor de genezing van familieleden. Maya-indianen bidden hier ook en het is triest dat te zien. We komen hier Rene en Carolien tegen, en lopen met z'n vieren naar Santa Clara, en bezoeken de bijbehorende ruïnes. Bij de wasplaats, voor de kerk, wordt niet gewassen zoals dat in de reisbijbel vermeld stond.
We lopen naar de kerk aan het park, waarachter ruines te vinden zijn. Deze stad is meerdere keren door aardbevingen verwoest, en voor de zoveelste keer wordt deze kerk opgebouwd, maar het lijkt hopeloos: geen enkele verdieping bestaat nog. We kopen een blikje fris die we in het park opdrinken. Hier komen we Peter en Marina tegen, met z'n zessen lopen we naar een supermarkt om inkopen te doen voor de volgende dag.
Om 1700u in het hotel en douchen. Ik koop bier en drink dit op in het park. Hier komt een Zweedse naast me zitten, ze studeert 3 maanden Spaans. Andere Zweden en Duitsers sluiten aan. Om half acht ben ik terug in het hotel, en met Esther, Peter, Marina, Marie-Louise, Rene, Caroline, Richard en Tineke gaan we eten bij Café Flor. Elf uur slapen.

3. Maandag 25 oktober

Om 5 uur alweer wakker vanwege de jetlag, toch tot half zeven in bed gelegen. Het is mooi en onbewolkt weer. Ik kom Hugo en Jo tegen bij de receptie. Ontbijt met hun bij dezelfde tent: dikke pannenkoeken met stroop, erg vet. We praten over eerdere reizen en bijbehorende avonturen. Hugo is in Honduras geweest, op bezoek geweest bij een indianenfamilie, en daar bood de gastvrouw niet alleen haar huis aan, maar 's nachts ook nog haarzelf.
Ik schrok alles snel naar binnen en ga snel terug naar het hotel om te verzamelen voor de trip naar de Pacaya-vulkaan. Met twaalf man, twee andere Nederlanders, zes Djoser reizigers (waarvan één Barney) en twee Engelstaligen vertrekken we om half negen met een schoolbus. Na de snelweg volgt een trip door de bergen waar het wegdek erg slecht en stijl is. Onderweg pikken we een agent op, die ons escorteert naar de voet van de vulkaan. Elf uur ter plekke. De chauffeur en agent laten ons zitten in de bus; na een kwartier komen ze vertellen dat we aan de voettocht beginnen. Een Albino indiaan bedelt om een quetzal.
Twee jongens met kapmessen begeleiden ons naar boven (kapmessen zijn blijkbaar een soort status symbool hier, iedereen loopt ermee rond). Na een trip van anderhalf uur door een bos komen we aan bij de voet van de vulkaan. Overal is zwart gruis. Er staat erg harde wind maar de zon schijnt. De trip naar boven is erg zwaar omdat het losse gesteente er voor zorgt dat je voeten ver weg zakken zodat zij bijna weer naast elkaar uitkomen. De twee begeleiders lopen echter twee keer zo snel naar boven. Onderweg veel rusten om bij te komen. Boven veel zwaveluitstoot, dat deed weer denken aan Mexico-stad ! Erg mooi gekleurde stenen en er was gloeiend lava te zien. Prachtig uitzicht op Guatemala-stad, oceaan en bergen. Hopelijk mooie foto's gemaakt. Kern gezien. Veel wind, gruis en as.
In recordtempo lopen we naar beneden. Aan de voet van de vulkaan lunchen we wat. Op de terugweg in de bus worden we meerdere keren aangehouden door de politie die wil controleren of de chauffeur wel gemachtigd is toeristen te begeleiden. Ook hebben we onderweg twee ongelukken gezien.
Om half zes zijn we terug in het hotel. Onder de douche komt veel zand vrij. Om half acht eten met Marie en Ellen, een collega van Marie die een rondreis door Guatemala en Mexico maakt met een andere Afrieshgroep. We gaan eten bij restaurant Freida en komen in contact met een Amerikaan die vrachtwagens in- en verkoopt. De Burito's smaken goed. Half twaalf in bed.

4. Dinsdag 26 oktober

Om half zeven op, ontbijt met Marie en Ellen bij café Condessa aan het park. Veel van onze groep ontbijten daar ook. Ik neem het standaard ontbijt van een dubbel spiegelei, toast en jam en fruit. Bussen inladen en om half negen vertrek naar Quetzaltenango. Onderweg stoppen we in San Andres Itzapa, hier hebben we een kerk bezocht waar San Simon wordt vereerd; zijn beeltenis lijkt erg veel op een traditioneel geklede Engelsman (bolhoed, pak en wandelstok). Er wordt erg veel traditionele kleding gedragen. We lopen verder over een marktje en bezoeken een kerk. Verder met de bus, onderweg koffie.
Op naar Quetzaltenango: een grote stad met veel buitenwijken. Het hotel, Villa Real Plaza, is mooi en groot met TV op de kamer, aan het Parque Centroamerica (gelukkig, zo zal later blijken, slaap ik aan de binnenplaats van het hotel). We droppen de spullen in het hotel en iedereen gaat broodjes kopen.
We rijden naar Zunil, een klein plaatsje vlakbij. De indianen, inclusief de kinderen, laten zich niet fotograferen. Half uur rondgelopen maar niet veel bijzonders te zien. Op naar Fuentes Georginas met de busjes. Hier zijn heetwaterbronnen die uitkomen in drie baden met ieder een verschillende temperatuur, iedereen neemt een 'duik'. Met Eric, Nisette, Jo en Hugo loop ik de weg naar beneden. Prachtige uitzichten met wolken die door de bomen waaien. Met Eric praat ik over eerdere reizen, hij heeft al veel gezien.
Terug in Zunil worden we opgepikt door een bus en rijden terug naar Quetzaltenango, waar we in een file komen te staan. Na een tijd besluit de chauffeur toch maar om te rijden. Eten met z'n zessen in El Kopetin: spaghetti. Om 9 uur terug in het hotel, werk ik mijn dagboek bij, haal mijn Spaans op met Spaans ondertitelde Amerikaanse soaps, en bereid ik me voor op de volgende dag.

5. Woensdag 27 oktober

Alweer om vijf uur wakker, de jetlag gaat niet erg over. Het lijkt alsof er op de kamer boven de mijne een verhuizing aan de gang is, daarom maar opstaan en alleen ontbijten bij café Baviera om de hoek. Langzaam druppen andere reisgenoten binnen. De koffie is, zoals de reisbijbel het heeft beloofd, erg goed (beter dan de percolator koffie die overal wordt geserveerd).
Ik bezoek het museum aan het Parque, dat vol staat met de meest vreemde verzamelingen: een computerscherm, een oude typemachine, foto's van het nationale voetbalteam, trofeeën, opgezette beesten (waaronder de Quetzal), maar ook Maya potten.
Ik loop over de overdekte markt maar hier is nog niet zoveel te doen. Ik loop door het centrum en bezoek de kerk aan het Parque. Hier staat bij de ingang een bedelende man, maar ik mag geen foto van hem nemen. Vanuit de kerk, tussen pilaren door, neem ik alsnog een foto van hem met een telelens. Tot verbazing van de bedelaar krijgt hij alsnog een fooi als ik de kerk verlaat. Broodjes inkopen, en cola bij de supermarkt, en vervolgens zitten in het park waar ik Marie tegen kom.
Half elf vertrek naar San Fransisco el Alto, ook hier wil niemand zich laten fotograferen, maar ik weet toch een groep meisjes te fotografen die zich verzameld hebben bij een openbare telefoon, dat zij nogal bijzonder vinden.
We lopen verder naar een voetbalveldje, waar kinderen met vliegers bezig zijn, ik mag het ook proberen. We wandelen naar Toto in vier uur, de wandeling is niet zo interessant en Esther moet steeds de weg vragen. In Toto drinken we wat en wachten op de busjes.
In twee uur per bus naar Panajachel, wat de rand van het meer Atitlan ligt. We stoppen op een heuvel aan het meer en hebben een mooi uitzicht. We hebben een eenvoudig hotel, Fonda Del Sol, en ik heb een koude douche. Eten met Anke, Herman, Caroline, Rene, Marina, Peter en Marie bij Sunset café aan het meer: voortreffelijke burito's. Negen uur terug in het hotel.

6. Donderdag 28 oktober

Weer om vijf uur wakker. Ook vertrekken de bussen voor ons hotel, waarbij de conducteur loopt te schreeuwen (Solo, Solo, Solo !) en de bussen veel toeteren. Om zeven uur op, eten bij een vaag restaurant aan de weg naar het meer: desajuno Europeano: roerei met daar omheen fruit en toast met jam.
Om negen uur verzamelen voor Chichicastenango, de reis duurt twee uur. Hier lopen we rond door de kleurrijke markt. We bezoeken een kerkhof waar de graven mooi worden gemaakt voor de opkomende Allerzielen. Terug naar de markt. De maskers die hier verkocht worden zijn erg lelijk. Ik informeer naar een zithangmat, maar de prijs is me veel te hoog, en afdingen lukt niet erg. Wel koop ik een steentje in de vorm van een Maya-hoofd.
Ik loop door wat verlaten straten en kom een maskerwinkel tegen. Het zoontje laat me rondkijken en haalt zijn vader erbij, deze laat me nog een zolder zien met nog meer maskers, en uiteindelijk koop ik er een. 
Om twee uur gaat de bus terug en hebben we weer een uitzicht over het meer. Om vier uur terug in Panajachel, koop wat bier. Informeren naar een zithangmat, die hier veel wordt verkocht. Ik weet af te dingen van Q220 naar Q100, maar koop niets.
Zonsondergang aan het meer met anderen die daar zijn. Om half zeven verzamelen voor het eten maar alleen Esther, Marie en Celso zijn er. We eten bij een restaurant aan Calle Santander: Birmees en erg lekker. We hebben het onder andere over de verkiezingen in Guatemala: de huidige regering PAN geleid door Berger heeft veel goed gedaan (wegen, economie, toerisme) maar heeft te weinig gedaan voor de armen; hier maakt Portillo van het FRG gebruik van, een populist en gevaarlijke man die moorden heeft gepleegd in Mexico. Ook hebben we het over het reisbureau van Esther en waarom ze Nederland heeft verlaten.
Terug in het hotel geef ik Esther mijn oude Revue. Ik loop vervolgens alleen door het dorp. Koude douche en vervolgens lezen.

7. Vrijdag 29 oktober

Eindelijk wat door kunnen slapen. Ik breng de was weg bij het restaurant van het hotel, en kan direct klagen over het koude water bij Patricia. Uit de Spaanse discussie tussen haar en de man achter bar kan ik opmaken dat het probleem helemaal niet op te lossen is. Voortaan kan ik in een ander gedeelte van het hotel douchen.
Ontbijt bij Los Alos aan het meer: desajuno Americano. Om kwart over negen begin ik met lopen naar Santa Catarina (alleen). De weg is van asfalt; ik kan geen pad langs de rand van het meer vinden. In Santa Catarina bezoek ik een galerie, waar walgelijke schilderijen hangen. Ik koop een Pepsi aan het pleintje en drink deze op een bank voor de kerk. De kinderen hier hebben hun laatste schooldag, en ik moet van enkele de rapporten bekijken, maar koop niets van de kids. Ik loop naar de rand van het meer en zie een vechtpartij op het schoolplein, veel bloed.
Na drie kwartier loop ik verder na San Antonio. Erg heet. Er is veel werk aan de weg. Vlak voor San Antonio zie ik een grote groep mensen bosuien schoonmaken. In San Antonio drink ik koffie bij een café aan het meer, waar een vrouw werkt die in Nederland is geweest. Ik praat met haar over Nederland en Guatemala en ze kent zelfs enige woorden Nederlands.
Ik loop verder naar de kerk. Bij een oude vrouw met kind koop ik twee brilbandjes voor 5 quetzal, en ik mag ook nog een foto nemen. Ik spreek af met de chauffeur van een pick-up truck om mij naar Panajachel terug te rijden (5 quetzal), vertrek in 15 minuten (ik heb geen zin om terug te lopen). Om de tussentijd te doden loop ik verder het dorp in. Hier lopen de mannen in traditionele kledij. In de pick-up truck met ongeveer 12 lokalen naar Panajachel in 30 minuten.
Om 1400u ben ik terug in het hotel, en praat met Eric en Nisette over wat we de dag gedaan hebben (zij zijn naar Solola geweest). Ondertussen lunchen. Vervolgens dit dagboek bijwerken. Daarna een zithangmat kopen bij Elisabeth en Mario; ik weet de prijs met veel moeite omlaag te krijgen van 180 naar 130 quetzal. Ze willen mijn tijdschrift bekijken en ik laat ze ook nog Nederlands geld zien. Omdat m'n geld nu echt op is wissel ik US$150 traveler cheques om in quetzales.
Op naar Sunset café: bij brandende ondergaande zon twee Gallo en de Revu. Anderen verzamelen zich aan de rand van het meer en ik sluit me bij hun aan. Om zes uur douchen met warm water !
Om 1900u verzamelen voor eten bij Chinaste, iedereen (10 man) neemt vlees. Er speelt een bandje Spaanse muziek, en Celso speelt mee op een trommel. Half elf slapen. Enigszins verbrand.

8. Zaterdag 30 oktober

Weer 700u op. Ontbijt aan de Calle Santander. Ik vraag om een 'cafe fuerte', maar de jongen begrijpt absoluut niet wat ik bedoel. Een Amerikaan moet er aan te pas komen om het uit te leggen, waarop de jongen reageert: 'Oooo, cafe fuerte !', en vervolgens krijg ik een slappe bak koffie.
Terug bij het hotel is de Vuelta Guatemala 1999 aan de gang, precies voor ons hotel is de start van de etappe. Om negen uur een boottocht over het meer Atitlan langs Santiago Atitlan, San Pedro la Laguna, en San Pablo la Laguna, iedereen is mee. In Santiago fotografeer ik een meisje met een kip waarvoor ze een quetzal wil hebben, maar ik geef haar een pen. Hier is ook Maximón te zien, een pop met een enorme sigaar in de mond. Voor de rest is het dorp niet interessant.
We stappen weer in de boot naar San Pedro, maar eten alleen bij El Fondeadero, een 'hamburger'. Terug in de boot krijgt ieder een kralenkettinkje met zijn naam; de zus van de schipper heeft dit voor ons gemaakt. Het weer slaat om vanwege de orkaan Katrina die hier in de buurt passeert.
Op naar San Pablo, hier lopen we het dorp in maar de mensen zijn erg schichtig. Er worden touwen gemaakt van de vezels van cactussen. Anke heeft haar zonnebril verloren, drie jongens duiken het op.
Een lange zit terug naar Panajachel, om half vijf terug in het hotel. Al met al een niet zo interessante dag. Bier, chips en lezen. Om zeven uur wil ik wat gaan en eten en kom Marie tegen, we gaan naar Sunset café waar live muziek wordt gemaakt. Een hippie moeder danst met haar dochter, het is gênant om te zien.
Omdat de burito's zo goed waren bevallen eten we dit nog een keer. We lopen terug over de Calle Santander, hier is het erg druk en er lopen veel hippies rond. Enkele blazen zelfs met aboriginal blaasinstrumenten in een gat in de grond om zo meer contact met de aarde te krijgen, erg vermakelijk om te zien. Half elf slapen.

9. Zondag 31 oktober

Weer ontbeten aan Calle Santander: pannenkoeken. Broodjes en fris kopen. 900u vertrek naar Rio Hondo: een lange zit. Onderweg drinken we koffie waar enkele rare vogels te zien zijn. We stoppen in Guatemala-city. Eerst eten bij Wendy's.
Vervolgens lopen Marina, Peter en ik over het centrale plein, overal zijn verkiezingen aan de gang. We bezoeken de kerk aan het plein. Verder naar Rio Hondo, onderweg komen we veel tabaksplantages tegen. Rio Hondo is een aantal huizen en twee hotels waar twee snelwegen samenkomen, er is niets te beleven.
Het hotel El Atlántico bestaat uit een aantal bungalows met zwembad, maar het wordt slecht onderhouden, wel met TV en airco. Zwemmen, douchen en eten inkopen. Nu we uit de bergen zijn vertrokken zijn de mensen niet meer traditioneel gekleed. De enige plek om te eten is het hotel (slecht eten). We praten nog wat na op het terras aan het zwembad. Half elf slapen.

10. Maandag 1 november

Half acht vertrek, maar ik kan nog snel iets eten bij het restaurant van het hotel. Voor vertrek nemen we afscheid van Celso, die alvast vertrekt naar Livingston. Onderweg stoppen we om te tanken bij een Esso tankstation met Star Market; de mensen lijken werkloos en te leven rondom dit tankstation. De meeste mannen gaan hier verkleed als cowboy.
We passeren de grens met Honduras, en vanaf hier zijn de wegen erg slecht en stoffig, hoewel men druk bezig is een geasfalteerde weg aan te leggen. In de bus is het erg warm. Om half twaalf aankomst bij het hotel, het bestaat uit losstaande verdiepingen. Geld wisselen bij de bank (US$ 40) waarbij de deur van de bank wordt bewaakt door een echte cowboy met half afgezakte revolver.
Met Marina, Peter en Marie lopen we naar de Copan ruines. Behalve de Stele's is het weinig spectaculair en erg klein, ook de beroemde hiërogliefentrap valt erg tegen. Ook het museum, wat erg indrukwekkend moet zijn, is gesloten. Dit is een tegenvaller voor Jo en Hugo die hier als eens eerder waren toen het museum ook gesloten was. Behalve een paar verdwaalde mensen is alleen onze Afrieshgroep daar.
Om half vier gaan we terug; voor de rest van de ruines, twee kilometer verderop, hebben we geen tijd meer. We lopen vervolgens rond in Copan-dorp. Douchen. Om half zeven met ongeveer 10 man eten bij Llama del Bosque, erg goed, warm en goedkoop. Iedereen heeft geld over dus probeert dit te slijten bij souvenirwinkels. We horen over enkele incidenten bij Panajachel: er is een bus met toeristen overvallen, en mensen zijn op klaarlichte dag in hun hotel overvallen. 2200u bed.

11. Dinsdag 2 november

Op een meter van het raam (zo lijkt het) van mijn kamer staat een haan al vroeg te kraaien. Om 615u op, en om 700u vertrek zoals op mijn verzoek. Het is bewolkt maar zeker niet koud. Over dezelfde stofweg gaan we terug naar Guatemala, aan de grens drinken we koffie en wordt geld gewisseld. We verlaten de bergen, waardoor de wegen kaarsrecht worden, onderweg begint het te regenen.
Op naar Quiriga, een site waar enkele lelijke Stele's te zien zijn, minder detail en minder kleurrijk dan in Copan, wel grotere. De bugs beginnen al toe te slaan.
Direct daarna bezoeken we in 45 minuten een bananenplantage van Del Monte. We zien het gehele productieproces: de bananen worden in grote trossen binnengebracht, gemeten en gemarkeerd. De trossen worden losgesneden en in een bak met water en chemicaliën gegooid. Een eerste selectie vindt plaats voor de binnenlandse markt en de export. Verderop worden de bananen in bakken gedaan en in de dozen gestopt die je in de Nederlandse supermarkt ook ziet. Zowel vrouwen als kinderen doen het werk, er en wordt aardig op los geschoten en gefilmd. De buschauffeurs hebben de busjes buiten de hekken gezet, want we mogen hier eigenlijk niet komen en zeker niet filmen. Amerikanen zijn hier niet populair, want ze hebben de arbeiders niet doorbetaald na orkaan Mitch.
Verder met de bus naar Rio Dulce, het begint harder te regenen. Het hotel Marimonte heeft een lange oprijlaan en bestaat uit bungalows; ik zit aan het water en Rene en Carolien zijn mijn buren. Met hen loop ik over de brug naar het dorp in de regen. Hier een perfecte hamburguesa con papas fritas gegeten.
Inkopen doen: naranja, cake en sigaretten (Belmont). We lopen weer terug, ook met Tineke en Richard, vanaf de brug zien we een grote kolonie witte vogels neerstrijken op een eiland in de rivier. De elektrische douchekop in mijn kamer werkt niet, dus koud douchen; daarnaast ziet het er gevaarlijk uit met draden die bloot liggen. Ik werk het dagboek bij, maar wordt gestoord door geritsel aan de horren voor mijn raam: miljoenen witte vliegjes die ook onder mijn deur door komen. Snel de TL-lamp voor mijn deur eruit draaien, zodat de vliegen vertrekken. De vliegen trekken ook een groep padden aan die ze opeten. In het restaurant krijgen we een welkomstdrankje, waar we ook eten maar het eten niet zo lekker is. Napraten met Eric, Nisette, Jo en Hugo. Om elf uur naar bed.

12. Woensdag 3 november

Om negen uur vertrekken we met twee bootjes, eerst echter eten in het restaurant met goede koffie. Snel nog een paar foto's nemen van het hotel. Het is bewolkt maar de temperatuur goed. De boten zijn twee speedboten waarop ook de bagage wordt meegenomen. Er zijn veel vogels en mangrove bossen te zien. We bezoeken een natuurreservaat maar dit is niet zo interessant.
Om een uur komen we aan in Livingston waar vrienden van Esther al ons opwachten. Onze bagage wordt vervoerd in een busje naar het hotel. Marie en ik worden in een tegenoverliggend hotel, King George, gedumpt omdat in het eerste geen plek meer is. Het ziet er ranzig uit en voor de verandering weer eens koud water.
Gezamenlijk overleg wat te doen: het telefoonnet in Belize ligt plat en het is onzeker of het indianenbezoek in Punta Gorda door kan gaan, zodat we een dag minder in Placencia door kunnen brengen. Hier zijn een aantal, waaronder ik, geheel niet blij mee.
Indra, Nisette en Marie laten kralen in hun haar zetten. Ik loop naar het strand maar hier is niets bijzonders te zien.  Dus maar naar de 'haven', onderweg eet ik een hamburguesa. Ik loop verder een stuk parallel aan de haven. Gallo in een internetcafé waar ik weer een e-mail kan versturen naar Nederland. In het café help ik ook twee Belgen met internet. Op het balkon van het hotel werk ik het dagboek bij. Om 1900u is afgesproken om te gaan eten, dit wordt restaurant Happy Fish. Daarna drinken we nog wat bij het internetcafé en om elf uur slapen.

13. Donderdag 4 november

Verschrikkelijk vroeg wakker door hanengekraai, maar weet toch nog wat door te slapen tot 6:30. Nog wat lezen onder het geluid van vogels, mensen en hanengekraai. Ontbijt bij Bahia Azul. Richard ligt ziek op bed want hij heeft last van zijn darmen; daarom ontbijt ik met Tineke. Vanaf de veranda van het restaurant neem ik onopgemerkt enkele foto's van voorbijgaande mensen.
Om negen uur verzamelen we voor een wandeltrip. Louis en Celso begeleiden ons. We lopen eerst het dorp uit en zien enkele huizen van Carifuna's, zoals die hier vijftig jaar geleden nog leefden. Tineke raakt in gesprek met Louis, die haar steeds 'mama' noemt.
Vervolgens lopen we door de bossen met enkele aardige uitzichten over de zee en het bos. Vervolgens maken we een boottochtje in een boot van een rasta. Aangezien ik het dichts bij hem zit, begint hij tegen mij een verhaal dat iedereen een geest heeft, omdat iedereen een schaduw heeft. Voor de rest een erg kort tochtje naar het strand.
We lopen langs de kustlijn en stoppen aan de kust waar Louis de lunch uitdeelt. Ik vind een voetbal waarna Rene en Herman meedoen. De anderen zitten op de steiger, waar Celso en Louis in een hangmat hangen en zich niet druk lijken te maken over tijd of de toeristen die ze begeleiden.
Op naar de 7 altaren, een waterval die in zeven etappes naar beneden stroomt. Anke, Herman ('verfrissend'), Tineke, Caroline, Celso en Louis gaan zwemmen in een poeltje. Op de terugweg glijdt Caroline uit over de gladde stenen, verzwikt haar enkel maar het blijkt mee te vallen. Teruglopen langs het strand. We moeten de rivier weer over, ditmaal in een paar uitgeholde boomstammen.
We komen aan bij het huis van Esther, die samen met haar Guatemalteekse familie (moeder, (half-)broers- en zussen, kinderen) aan het strand woont. De woning van Esther bestaat uit twee kamers, een voorkamer waarin alleen een kast staat, en een tweede kamer met een gigantisch bed en een aanrecht met stereo. Al het vuil wordt gewoon naast en voor het huis neergegooid en periodiek verbrand, of opgegeten door een varken dat hier rondloopt en vetgemest wordt.
De moeder van Celso heeft voor iedereen een maaltijd bereid, kip of vis, ik eet niet mee want heb niet zo honger. Tijdens het eten is er een opvoering van Carifuna-muziek: trommels en shakers met een aantal jochies die dansen, en die natuurlijk enkele dames uit het publiek vragen. Ze spelen vijf, volgens ons identieke, nummers en gaan dan met de pet rond.
Na het eten wordt al het overtollige voedsel aan de honden gevoerd. We lopen terug naar het hotel, half zeven daar. Onder de douche zie ik een kleine zwarte schorpioen zitten die ik voorzichtig door de plee spoel. Met Indra, Mark, Marie, Eric, Nisette, Jo en Hugo gaan we om half acht naar Casa Rosalina, gerund door een Belgische, waar ik toch maar een sandwich met fruit en Gallo eet. Vervolgens nog ergens iets drinken aan de hoofdstraat. Elf uur in bed.

14. Vrijdag 5 november

Om half zeven wakker en de koffer pakken, ik eet alleen bij Casa Rosalina. Fantastisch ontbijt: eieren gebakken op de manier zoals ik dat wil, gebakken aardappels met uit, warm brood, goede koffie en zoveel je wilt, en een kom fruitsalade, voor 35 quetzal. Teruglopen via de bakker voor cakejes, iedereen eet verder bij Bahia Azul.
Om negen uur vertrek, eerst stempels voor het paspoort halen. We maken de boottocht in twee gammele boten. De zee is ruw met hoge golfslag en veel buiswater. Iedereen wordt waanzinnig nat, vooral Mark, Indra en ik die achterin zitten. Ook de tassen met fotospullen worden nat, ondanks een zeiltje dat we van de bestuurder krijgen.
Reactie van Esther bij aankomst: 'de zee is normaal nooit zo ruw'. Wilma is compleet overstuur en moet door enkelen getroost worden; Esther laat het koud. Inchecken in Belize, waar de tassen 'gecontroleerd' worden, Marina moet haar ananas inleveren. Snel geld halen bij de bank, de bagage wordt vervoerd in een busje, wij lopen naar Guesthouse Nature's Way, een ranzig guesthouse wat te koop is. Binnen wordt een rat gesignaleerd.
We krijgen uitleg van Chat over de indianentrip, een erg commercieel verhaal. Een aantal wil hier zo snel mogelijk weg, waarover overlegd wordt. Rene en Herman nemen een taxi naar het vliegveld voor informatie. Rien en Mark gaan Esther zoeken, die ons heeft laten zitten bij het guesthouse en linoleum is gaan uitzoeken met Celso. Bij hun terugkomst is de vliegreis geregeld en betaald door Esther (B$ 65 pp). Om half vier is een taxi geregeld, de tussentijd doden we met cup-a-soup van Herman en schrijven in het dagboek.
Met elf man in een taxi naar het vliegtuig, een kleine airstrip. We hebben een vliegtuig voor 15 man, plus een ander vliegtuig voor Herman en Anke. We vliegen op 1400 voet en in 17 minuten naar Placencia. Ik zit achter Rene, de co-piloot, en heb prachtige uitzichten over het koraalrif, de bergen en Placencia; de landing(-sbaan) was goed te zien.
In twee keer nemen we een taxi naar Lydia's place, want Seaspray zit vol (hier zouden we de volgende dagen overnachten). Een uitstekend verzorgd guesthouse met gemeenschappelijke douche en wc. Ik overleg met Lydia over duikmogelijkheden, zij zal rondbellen en mij wakker maken als er gedoken kan worden. We gaan met z'n allen eten bij D-Tatch wat bij Seaspray hoort, koud voedsel en weinig. Daarom nogmaals eten bij Galie: hamburger met friet. 's Nachts wordt ik wakker gehouden door een jankende hond.

15. Zaterdag 6 november

Ik wordt niet gewekt door Lydia, dus sta ik zelf maar op om zeven uur. Lopen naar Seahorse Dive maar daar is niemand. Dan maar naar Rum Point, maar verkijk me erg op de afstand, het ligt namelijk nog voorbij de airstrip. Na veel vragen weet ik het te vinden.
Het weer is klam maar bewolkt, op de momenten dat de zon er door heen komt is het bijna niet uit te houden, dat terwijl het nog niet eens de warmste periode van het jaar is. Ik overleg over de duikmogelijkheden, maar er is niets geregeld. Als ik een groep regel kan het wel. Ik loop terug en kom Indra en Mark tegen, die ergens hebben ontbeten, waar ik ook maar ga ontbijten.
Bij het hotel willen 7-9 man gaan duiken/snorkelen de volgende dag. Ik verhuis mijn bagage naar het Seaspray hotel. Een Spaans stel, waarvan zij verdacht veel op Alice lijkt, willen die middag gaan snorkelen, ik en Marina en Peter willen ook wel. We verzamelen maar dan breekt een wolkbreuk los. Inmiddels hebben Anke en Herman ook een snorkeltrip geregeld die goedkoper is. Ik bel Rum Point daarom af en probeer een trip voor de volgende dag te regelen, en dat lukt uiteindelijk bij Natural Mystic.
Terug naar het hotel, zwemmen in zee, babbelen, boek lezen, bier. Douchen, sokken wassen en dagboek bijwerken. De sokken willen niet drogen in dit weer. Om zeven uur hebben we een eetafspraak met 9 man bij het Serenade Guesthouse. Goed eten: rijst, salade, weinig kip, rum punch, appeltaart, koffie. De dames worden mammie genoemd door de kokkin Brenda. In het hotel lees ik nog wat en bereid de duik van morgen voor. Elf uur slapen.

16. Zondag 7 november

's Nachts vallen gigantische buien, dat beloofd niet veel goeds. Ik sta om 710u op en ga op zoek naar voedsel maar kan niets vinden, loop daarom terug naar het hotel waar anderen koffie drinken bij D-Tatch. Gezamenlijk ontbijt bij Sonny's: omelet op Mexicaanse manier, toast, worstjes (lees: plakjes salami). Nadat de bestelling is opgenomen loop ik naar Natural Mystic, maar er is niemand te vinden.
Dan maar mee met de tocht naar Monkey River (11 man). Alvast tas ingepakt, zodat deze op mijn nieuwe kamer in het Seaspray gezet kan worden. Met een speedboat (130 pk!) langs de kust. Monkey River is een dorp aan de monding van een rivier. Langzaam varen we de rivier stroomopwaarts, onderweg zien we veel vogels en leguanen. We maken een wandeling door een oerwoud, het is erg benauwd en modderig. Ik ben vergeten een lange broek aan te doen, zodat de bugs op je afstormen zodra je stil staat. Om ze weg te houden breek ik een palmblad af waarmee ik ze wegwapper.
Onderweg zien we ook nog enkele apen en een opgezette (?) krokodil. We lunchen in Monkey River waarna we een korte wandeling maken door het dorp. We nemen de boot terug door mangrove bossen en komen enkele zeekoeien tegen die alleen kort even bovenkomen om met hun snuit lucht te happen.
Bij terugkomst in het hotel is de rest van de groep, die wel naar het indianendorp zijn geweest, ook gearriveerd. Onderbroeken wassen, douchen en dagboek bijwerken. Om zeven uur eten we gezamenlijk bij het Serenade Guesthouse, maar moeten buiten zitten omdat het binnen vol is. Er staat een harde wind en het regent. Om elf uur naar bed.

17. Maandag 8 november

Om kwart over zeven op, alleen ontbijt bij Sonny's. Om kwart over acht meld ik me bij Seahorse, maar het weer is te slecht om te duiken. De anderen kunnen ook niet snorkelen. Nu is er echt helemaal niets te doen. Terug naar het hotel om te lezen op de hotelkamer. Om elf uur bellen met Seahorse maar no dice. Burito's bij D-Tatch. Lezen, lopen door het dorp om wat foto's te nemen.
Kom een vrouw uit Alaska tegen, die ook mee was naar Monkey River, en er blijkt gesnorkeld te kunnen worden met twee andere Amerikanen. De benzine van de boot is echter op, en het duurt erg lang voordat de man er is. Inmiddels is er weer slecht weer op komst, de tocht wordt dus afgeblazen.
Terug naar het hotel om te lezen en te slapen. Inkopen doen. Bier drinken bij D-Tatch, waar de vrouw uit Alaska aanschuift, het lijkt erop alsof ze op me slaat. Ze vertelt dat ze een reis voorbereid, die ze vanaf volgend jaar wil gaan organiseren voor Australiërs. Ook weet ze een mogelijkheid om de zonsopgang in Tikal mee te maken, ze geeft me het adres waar een speciale gids te bereiken is. Voor de derde keer eten bij Serenade, de steak is erg duur (blijkt achteraf) maar wel lekker. Half elf in bed.

18. Dinsdag 9 november

Om zes uur op. De was is nog steeds niet droog, dat duurt nu al twee dagen. Rien, Wilma, Herman en Anke blijken te moeten betalen voor hun eerste nacht hier (B$60 pp), waar Herman en Anke, zoals van hen verwacht mag worden, het niet mee eens zijn (zullen Afriesh aanklagen). Slepen met de bagage naar de weg, waar een schoolbus wacht.
De wegen in Belize zijn niet verhard (er zijn er slechts twee die dat wel zijn), en aangezien het veel geregend heeft is het een modderpoel. Eenmaal komen we bijna vast te zitten omdat de bus een heuveltje niet trekt. De redenatie van de chauffeur is waarschijnlijk 'we komen niet vooruit, dus moet er meer gas worden gegeven', en inderdaad dit werkt.
We houden een rustpauze in Hopkins aan de kust. De Hummingbird Highway is beter. Om half een komen we aan San Ignacio in hotel Plaza. Voor de lunch nemen we een mini-burito, die ook hier weer andere ingrediënten heeft.
Met Marina, Peter, Carolien, Rene en Marie lopen we naar Cahal Pech. Onderweg breekt een wolkbreuk los. Een redelijk mooie site, maar klein, en het blijft regenen. Bij de ingang van de site koop ik nog een hangertje in de vorm van een Maya-hoofd. Vervolgens bezoeken we het bijbehorende museum, maar het blijkt dat ons gekochte kaartje daar niet geldig voor is. Daarom ga ik maar via een uitgang naar binnen. Er is mooi jade, obsidiaan en vuursteen te zien, en enkele minder interessante dingen waaronder beenderen. Na het bezoek rennen om de anderen weer bij te halen.
Terug in San Ignacio op zoek naar een supermarkt, maar kan die niet vinden. Ik koop ergens een converter voor het stopcontact. De zes drinken wat bij Eva's, waar we dan toch ook maar wat gaan eten, ik een Mexican dish.
We zijn vroeg terug in het hotel (half acht), dus maar zelf koffie maken, boek lezen, dagboek bijwerken en TV kijken. Ongelofelijk veel kanalen, zowel Spaanstaligen als Spaans ondertitelde Amerikaanse programma's. Ik kan echter de TV niet verstaan, omdat mijn kamer geen ramen bevat en het hotel zich aan een drukke straat bevindt. Ik probeer van kamer te ruilen, tevergeefs want alles is bezet door Afriesh.

19. Woensdag 10 november

Wakker geworden door straatherrie. Ontbijten bij Eva's, waar bijna voltallig Afriesh blijkt te zitten. Vanwege het slechte weer kan het kanoën niet door gaan (te wilde rivier). Marina, Peter, Carolien, Rene en ik sluiten ons dan maar aan om mee te gaan met een tour.
De tourleiders willen een aantal van ons achterop een pick-up truck laten zitten (in de regen), zodat er extra vervoer moet worden geregeld. Alhoewel ons Amish waren beloofd, gaan we een Mennonieten echtpaar bezoeken. Onze chauffeur vertelt dat de Mennonieten te vergelijken zijn met de Amish, maar dat zij wel alle moderne hulpmiddelen gebruiken. Ze werken erg hard en dat blijft hem verbazen.
In een kelder vol met lange onderbroeken mogen we een van de pioniers enkele vragen stellen. De Mennonieten kwamen uit Duitsland, en via Canada en Mexico naar Belize gekomen. De man was een oude plaatwerker en was drie keer getrouwd geweest, en had een boek geschreven over zijn komst naar Belize, wat spontaan te koop wordt aangeboden. De Mennonieten vormen een hechte communie, en buitenstaanders mogen alleen trouwen als zij zich aansluiten bij de kerk. De man wil Duits met ons praten, maar het blijkt dat hij het zelf al bijna verleerd is. Er is enige wrijving tussen de Belizaanse tourleider en de man. Al met al een beetje genante vertoning.
Op naar een kippenslachterij, ook gerund door Mennonieten, waar die dag niet gewerkt wordt, zo blijkt. Ik ontdek wel enkele Stork Gamco machines, en kom te weten dat hier alle kippen worden geslacht voor de regio. Vervolgens naar een Mennonieten-ijsfabriek, waar we alleen een ijsje mogen kopen. Terug naar San Ignacio, daar een lunch bij Eva's. Onder andere vanwege de teleurstellende ochtend, besluit ik 's middags niet mee te gaan naar de vlindertuin en de medicijnentuin. Tegen Esther vertel ik dat ik niet van plan ben te betalen voor de geleverde wanprestatie in de ochtend, en als de tourleider geld wil zien hij maar bij mij langs moet komen; ze vertelt dat ze zich er buiten houdt wat ik prima vindt.
Terug in het hotel lees ik op het balkon en kijk naar voorbijgaande mensen. Peter sluit aan. Met Rene, Caroline, Peter en Marie lopen we naar Santa Elena aan de andere kant van de rivier. Op de brug springen jongens naar beneden de rivier in. Op de terugweg van de wandeltocht begint het heel hard te regenen, waardoor iedereen zeiknat wordt.
Rene, Caroline, Marie en ik gaan eten bij Upstairs Pollito, erg goed en erg goedkoop. Vervolgens lopen we nog wat door het dorp en komen nog enkele bekenden tegen, maar krijgen koele reacties van hun. Terug in het hotel weer zitten op het balkon en dagboek bijwerken. Ik bereid me voor op ons bezoek, de volgende dag, van Xunantunich.

20. Donderdag 11 november

Om half zeven op. Ik probeer te ontbijten bij Martha's maar deze is nog gesloten, dan maar weer naar Eva's. Om acht uur vertrek, maar de bussen laten op zich wachten. We hebben weer eigen vervoer, maar dit keer één grotere bus waar we met z'n allen in moeten passen.
We willen naar Xunantunich, maar aangezien deze site alleen te bereiken is met een pontje, en de rivier erg wild is, kunnen we er niet heen. De chauffeurs weten nog een andere site in Guatemala, maar Esther wil niet omdat de weg te slecht zou zijn. Een aantal dringen echter aan, zodat we toch gaan.
In de bus vertelt Esther doodleuk, tegenover iedereen, dat ze de tourleider van de vorige dag B$25 heeft betaald, die Marie en ik ieder alsnog moeten voldoen. Ik had het al met haar gehad, maar nu helemaal, en besluit haar voor de rest van de reis te negeren. De grens over naar Guatemala, dus nieuwe stempels.
De afslag naar Yaxha is inderdaad niet in al te beste conditie en lijkt speciaal ervoor aangelegd. Het is een erg grote site waar bijna niets is opgegraven. Overal zijn heuvels te zien waaronder zich piramides bevinden, midden in het oerwoud. Her en der zijn archeologen aan het uitgraven, waardoor zichtbaar wordt dat de gebouwen wel onder 1½-2 meter grond bedolven zijn. Raar maar geweldig om te beseffen dat de natuur de mens altijd zal overleven. Overal klinken brullende apen. We beklimmen enkele piramides, waar prachtige uitzichten over het oerwoud te zien zijn.
Door naar Flores, een leuke stad en weer echt Guatemala met beschilderde huizen. Hotel Petén heeft uitzicht op het meer, met verder TV, airco, warme douche en rust: alles wat ik deze vakantie gemist heb ! Het is wel weer duidelijk dat Afriesh een leuke uitsmijter heeft, maar 'first impressions are often correct'. Om half vier een praatje van Esther, in de zon zitten en koffie drinken. Met Rene, Caroline en Marie lopen we door de stad, en kopen eten voor eten de volgende dag. Ook nog een e-mail berichtje sturen naar NL:
Terug in het hotel om te douchen. Marie klopt aan en wil gaan eten, eerst wisselen we de lunch uit. Eten bij restaurant Toucan aan het meer. Hier hebben ze een gewiekte toucan, die ik omver loop bij het verlaten van het restaurant. Dagboek bijwerken op het balkon van de hotelkamer, en voorbereiden op Tikal.

21. Vrijdag 12 november

Om vier uur op, ik ontbijt zelf op de kamer. Half vijf naar beneden voor koffie, iedereen is daar al. Exact vijf uur vertrek naar Tikal, zo'n 65 km. We komen als eerste bus (5:50u) aan bij de poort, daar ticket en boekje van de site gekocht. Intussen heeft zich een aardige file gevormd achter ons.
Het blijkt dat Tikal een natuurreservaat is, en het nog een lange weg is naar de echte ingang. De zes splitsen zich al snel af. Het licht is niet zo goed voor foto's omdat het nog vroeg is, maar al snel wordt het beter en breekt de zon door. We doen het lekker relaxed. Overal apen, toucans, salamanders en brutale soort wasbeertjes.
Het is overal glad, ik kom te vallen en verdraai mijn knie en enkel, maar de schade valt gelukkig mee. Ik heb nog zo'n 1½ filmrol over, en doe het daarom rustig aan met foto's.
De meeste tempels vallen tegen omdat ze niet volledig zijn uitgegraven (alleen de top), in tegenstelling tot Mexico. We lunchen bovenop tempel IV, met zon en mooie uitzichten. Als laatste tempel VI bezocht (die van de hiërogliefen), daarna een spurt naar het Museo Tikal.
Bij de souvenirs kom ik de Amerikaanse tegen, wiens rijbewijs ik had gevonden in de hotelkamer in Placencia.
Om twee uur vertrekt onze bus terug naar Flores. Luieren en lezen op het terras van het hotel. Na zonsondergang douchen, afscheid van Rien en Wilma die de volgende ochtend vroeg zullen vertrekken. Dagboek bijwerken.
Pizza met de zes aan de overkant van restaurant Toucan, waar we nog eens lekker roddelen over de reis en afspreken elkaar nog eens te zien om foto's te bekijken. Terug in het hotel met dezelfden nog een cerveza Gallo op het terras van het hotel.

22. Zaterdag 13 november

Ik slaap wat uit en loop wat rond om te eten. Bij het enige restaurant wat open lijkt te zijn, blijkt Marie te zitten, in gesprek met een Amerikaanse. Ik sluit aan voor pannenkoeken. Ik besluit nog op zoek te gaan naar een T-shirt en cakejes.
Om twee uur is er een 'afscheidsdrankje' (flessen cola en sinaasappelsap met piepschuim bekertjes), maar zoals gewoonlijk heeft Esther niets te vertellen. Een korte trip naar het vliegveld voor een binnenlandse vlucht naar Guatemala-stad. Op het vliegveldje afscheid van Esther waar ik volsta met het woord 'bedankt'.
De binnenlandse vlucht is erg mooi maar voornamelijk bewolkt. In Guatemala-stad eten de zes bij een fast-food restaurant. Bij het inchecken vraag ik om een stoel met veel beenruimte, krijg er een bij de nooduitgang maar de deur zit in de weg. Na de stewardess lief te hebben aangekeken mag slapen in haar stoel.

23. Zondag 14 november

Via Mexico-stad bereiken we schiphol om half vijf in de middag. Uitgebreid afscheid van de andere vijf, de rest is vluchtig. In Nederland koud weer en kan nu al nauwelijks meer herinneren wat we de eerste week gedaan hadden.

© 1999 Mark Nauta

 
 
 
gemaakt met kladblok Dit document voldoet aan HTML 4.01 Strict specificaties