Welkom op de website van Mark, Daphne, Niels en Jules Nauta
maak hieronder een keuze
 
familie Nauta Mark Daphne Niels Jules
• welkom
ons huis
trouwen
• reisverslagen • reactieformulier
gastenboek
• verantwoording
sitemap
 
familie Nauta > reisverslagen > sri lanka

Reisverslag Sri Lanka

Lees ook:

12 september - 4 oktober 1998
Groepsreis met The Shoestring Company

1. Zaterdag 12 september

Bij aankomst 's ochtends om 7:30 op Schiphol is het even zoeken naar de balie(s) van Gulf Air, waar Sigrid van The Shoestring Company reizigers opwacht. Van haar krijg ik de tickets voor heen en terug. Er zijn geen andere medereizigers te vinden dus dood ik de tijd met het opnemen van geld en een kop koffie, die ik (waarschijnlijk door de zenuwen) nauwelijks naar binnen krijg. Bij het boarden tref ik een aantal potentiële reisgenoten.
Het blijkt dat het vliegtuig tevens tussenstops maakt in Parijs en Doha (Quatar) en er zitten nog niet veel mensen in het vliegtuig. Ik kom te zitten naast iemand die een medereiziger blijkt te zijn: Alfred.
In Parijs moeten we dus blijven zitten, wat erg lang duurt. Met veel vertraging vertrekken we, en nu zijn er veel Arabieren ingestapt, die naar het aantal koffers/handbagage af te meten hun slag hebben geslagen in Parijs (Chanel tassen etc.). Voor andere Arabieren is het blijkbaar uniek dat ze in een vliegtuig zitten, want er worden om de haverklap foto's gemaakt. Slapen lukt niet echt.
's Nachts aangekomen in Doha stappen alle Arabieren uit, en blijkt dat het buiten 35 graden is. Ondanks dat de reis naar Muscat (Oman) nog maar een uur duurt, moet eerst het gehele vliegtuig van binnen schoon worden gemaakt. Hierdoor loopt de temperatuur in het vliegtuig ook flink op. Omdat we in Parijs en Doha veel vertraging hebben opgelopen, kunnen we in Muscat direct overstappen. Nu blijkt dat ook Singalezen graag foto's nemen in het vliegtuig.
Op zondagochtend om 6:15 (2:15 NL tijd) landen we in Colombo. Het is nog steeds donker dus er is niet veel uit het vliegtuig te zien.

2. Zondag 13 september

Bij het verlaten van het vliegtuig moeten we enkele paperassen invullen, waarna we door onze begeleider John worden opgewacht. Het is plots licht en de hoge temperatuur en luchtvochtigheid resulteren bij de meesten al in zweet. Nu blijkt dat enkele van de Nederlanders uit het vliegtuig een individuele rondreis hebben geboekt, en ons dus helaas verlaten.
Met 26 man stappen we in een airconditioned bus die ons zal rondreizen door Sri Lanka. Het blijkt dat twee dagen eerder een bomaanslag is geweest door de Tamil Tijgers in Jaffna, dus er zijn gigantisch veel militairen op de been, met name rond het vliegveld. We geven onze retour tickets af, zodat deze op tijd bevestigd kunnen worden.
Ons 'personeel' bestaat naast John uit drie lokalen: een buschauffeur, zijn hulpje Kumara, en Ari de lokale gids. John geeft via een microfoon de eerste uitleg.
We bereiken ons hotel Catamaran Beach Hotel in Negombo om 8 uur 's ochtends, waarna een briefing volgt van John van een uur. We spreken een briefing af om 12 uur, zodat iedereen kan douchen en slapen. De briefing bevat niet zoveel nuttige info (meeste bij mij reeds bekend): geen kraanwater drinken, moscito coils, etc. Dan blijkt dat ik van kamer moet verhuizen.
Wanneer we klaar zijn gaan Margot, Rik, Alfred, Albert en ik (de alleengaanden uit de groep) door Negombo lopen. Het is erg warm en klam. We lopen over een markt, waar lokalen voornamelijk voedsel verkopen. Het is erg smerig en modderig. Vervolgens komen we bij de vismarkt op het strand. De vislucht is hier niet te harden. Hier worden we aangesproken door een Singalees die ons ongevraagd een tour geeft langs een koloniaal Nederlands fort (waar niet veel van over is), een kerk, de lagunes, en nog een kerk. We proberen de man af te schudden, wat niet lukt. Uiteindelijk geven we hem Rs 100 fooi (ongeveer 3 gulden).
Bij terugkomst in het hotel nemen we een duik in het zwembad en baden in de zon. Om vijf uur staan Singaleze moeders + kinderen klaar om in het zwembad te duiken, blijkbaar mogen ze dan. Omdat ik veel heb gezweet neem ik een douche en tref iedereen voor een BBQ in het hotel. Het gezelschap hoeft niet onaardig te zijn.
De meeste mensen taaien daarna af naar hun kamer, maar ik blijf zitten en drink met wat anderen nog een bier. Tweemaal valt het licht uit en dienen er kaarsen aangestoken te worden. Om half elf ga ik naar mijn kamer om dit bij te werken.

3. Maandag 14 september

Hoewel ik goed heb geslapen en pas om 8:30 opsta, ben ik nog steeds moe. Er is een gezamenlijk ontbijt. Ik neem een English breakfast (de andere keus is Continental breakfast). Singalezen kunnen geen koffie of thee zetten. De thee zetten ze veel te sterk, het wordt duidelijk waarom: wanneer je om heet water vraagt om de thee te verdunnen smaakt de thee opeens naar modder. Hetzelfde geldt voor de koffie maar daar krijg je nog een laag drek onder in je kopje bij. Beide drankjes worden lauw geserveerd.
Enigszins in paniek komt een van de vele bedienden vertellen dat ik de vorige avond één bier niet betaald heb; ik betaal het alsnog.
Om 10:00 nemen we op twee na gezamenlijk de bus naar nabij gelegen lagunes ten noorden van Negombo. De weg is hobbelig en de Singalezen rijden erg gevaarlijk. Met vier vissersboten boten varen we door de lagunes. Onderweg zien we een illegale arrack stokerij, slangen, varanen, mooie vogels en vliegende honden ('fruit bats'). Ik zit in een boot waarin de begeleider van de tocht zit; hij verzamelt brieven van Singalezen en geeft die vervolgens aan toeristen zodat zij deze in hun land op de bus kunnen doen.
We komen aan bij een 'toddy-tapper', die vocht uit bloeiende kokosnoten opvangt. Dit vocht heet toddy en smaakt naar iets rottends. Om te voorkomen dat de man de hele tijd naar boven en naar beneden moet klimmen heeft hij touwen tussen de toppen van de palmbomen gespannen. Ernaast ligt een illegale stokerij waar toddy gedestilleerd wordt tot een sterk drankje van 45 procent alcohol: witte arrack (witte arrack kan op vaten worden gelegd: bruine arrack en smaakt dan naar whisky).
We varen verder en maken een tussenstop bij een dakpannenfabriek, de klei ervoor wordt uit de rivier gehaald. Verderop drinken we iets en zien enkele gevangen genomen schildpadden en een paar suffe wezels. Op de terugweg met de bus wissel ik US$ 400 aan traveller cheques om in roepies.
Om 15:00 zijn we terug in het hotel en wordt wat lunch genuttigd. Vervolgens liggen aan het zwembad met uitzicht op zee, zwemmen in de zee en het zwembad, en zonnen met bier. 's Avonds is een gezamenlijk eten in het hotel: Rice and Curry. Het is het nationale gerecht en bestaat uit een hoop rijst op het midden van je bord, met daaromheen enkele bonenprutjes met curry en enkele groenten. Het gezamenlijke begint mij al een beetje tegen te staan. Ook nu wordt de avond afgesloten met enkele bieren (675 ml !). De keuze: Lion Beer, Three Coins (beide Singaleze bieren), en Carlsberg.

4. Dinsdag 15 september

Om 9:00 vertrekt de bus die ons naar Sirigiya zal brengen, eerst echter gezamenlijk ontbijt in het hotel. Het wordt een lange busreis over de 'snelwegen' van Srilanka, niet meer dan tweebaans (een heen, een terug) waar ook nog al het normale volk (wandelaars, fietsers, karren) zich overheen verplaatst. Met name de 'private busses' zijn levensgevaarlijk en halen op het laatst mogelijke moment nog in (vaak moet tegemoetkomend verkeer afremmen). De claxon wordt te pas en te onpas gebruikt. Eén korte toeter betekent: 'pas op, ik kom er aan', twee korte toeters betekent 'aan de kant', en een lange aanhoudende toeter betekent 'duik de berm in'.
In de middag eten/drinken we wat in Kurunegala aan een tank (=meertje). In de tank plukt een Singalees lotusbloemen, zittende in een autoband; de bloemen probeert hij aan ons te slijten. Om drie uur komen we aan in Hotel Sirigiya in Sirigiya, een redelijk luxueus hotel waarvan alle kamers op de begane grond een soort doolhof vormen. Er is tevens een mooi zwembad met uitzicht op Sirigiya Rock.
Direct na aankomst voel ik dat ik naar de wc moet en het blijkt diaree te zijn. Iedereen gaat wat eten maar ik kan mijn club sandwich niet door mijn keel krijgen. In 15 minuten voel ik me van prima naar doodziek. Om 16:00 gaat de rest naar Dambulla om de grotten te bekijken, ik ga naar bed. Van Jeanette en Ronald krijg een strip immodium pillen om de darmen lam te leggen. In bed gaat het steeds slechter: steeds hogere temperaturen en nu ook een lichte hoofdpijn. Om de koorts en de hoofdpijn te drukken slik ik tevens paracetamol, en ORS voor enige energie. Ik probeer te slapen maar wordt wakker en moet naar de wc, maar haal het niet en schijt het bed onder. Ook geef ik onverwachts over waardoor het bed nog natter wordt.
Om 20:00 strompel ik naar het restaurant want kan nauwelijks een stap verzetten. Ik eet wat soep en droog brood maar kan het nauwelijks naar binnen krijgen. Terug in mijn hotelkamer is mijn kamer opgeruimd. Ik probeer te slapen maar ieder half uur word ik wakker en neem ik de temperatuur op die steeds stijgt, tot een maximum van 39,9 graden. Ik heb vreemde dromen, weet niet waar ik het moet zoeken, en denk dat ik het niet zal overleven.

5. Woensdag 16 september

Om 5:00 slaap ik eindelijk in, totdat ik om 7:00 een paar kamers verder hamergeklop hoor; het blijkt echter John te zijn die al enige tijd op mijn deur klopt. Hij vraag of ik mee ga naar Sigiriya rots. Ik voel me al wat beter en hoewel ik nog koorts heb ga ik mee. De rest blijkt de vorige avond te zijn wezen eten bij een antiekhandelaar, wat nogal wat grappen oplevert die ik niet begrijp. In de bus ga ik voor de zekerheid voorin zitten voor noodgevallen.
Slap beklim ik de rots van Sirigiya. De tuinen en fresco's zijn echter prachtig. Halverwege de klim op het Lion Platform rust ik een half uur uit in de schaduw. Ik moet naar de wc, duik in de bosjes en een lichtbruine waterstraal is het resultaat, half over mijn broek heen.
Op te top van de rots rust ik opnieuw een half uur uit. Het uitzicht maakt echter weer veel goed; ons hotel is tevens vanaf de rots te zien. Op het leeuwenplatform glijdt Ali uit en het lijkt alsof ze haar enkel heeft gebroken, maar het blijkt later verstuikt te zijn. Ze wordt door een aantal Singalezen en Nanne naar beneden gedragen.
We lunchen bij hotel Sigiriya, om 1330 vertrekken we naar Habarana, waar een aantal een olifantentocht maken (ik niet want de olifanten worden mishandeld). Daarna komen we aan in hotel Giritale. Het hotel heeft een prachtig uitzicht over een tank (kunstmatig aangelegd meer ter bevloeiing van rondom liggende gewassen), en een klein zwembad. Ik heb nog steeds diaree. Zwemmen in het zwembad, kleren wassen, dagboek bijwerken. We eten gezamenlijk en drinken daarna met een aantal iets aan de bar van het hotel. 

6. Donderdag 17 september

We vertrekken om 8:00 naar Polonnaruwa om daar te ontbijten: een typisch Singalees ontbijt. Het bestaat uit 'hoppers'. Ze worden gemaakt uit een soort beslag zonder eieren, dat als een pannenkoek wordt gebakken in een bolle pan. Hoppers kennen drie varianten: plain, met een gebakken ei in het midden, of met rijst in het midden. Dit voedsel heeft geen enkele voedingswaarde; vandaar dat die Singalezen zo lui zijn.
Met z'n zessen hebben we besloten over het opgravingterrein van Polonnaruwa te fietsen, we moeten erg lang wachten op de fietsen. Zodra we de fietsen hebben gaan we toegangsbewijzen kopen, maar we blijken alweer een gids op onze hielen te hebben. Hij blijkt dat hij bij de fietsen hoort en bij de prijs is inbegrepen. Onder deze voorwaarde mag hij mee. In recordtempo rijden we rond in de hitte. Een aantal gebouwen is in bijzonder goede staat, zoals de maanstenen en het openlucht bad. Van de meeste ruines staan echter alleen nog maar de fundamenten.
We zien mooie budda's en dagoba's, waarvan enkele zeer groot. Bij een dagoba stallen we onze fiets bij een groepje Singaleze jongeren; bij terugkomst blijkt mijn ketting eraf te zijn, maar aangezien de weg afloopt spring ik op en laat de zwaartekracht zijn werk doen. De jongens zien het en komen achter mij aan gesprint om de ketting er ongevraagd op te leggen. Met de tip zijn ze niet zo tevreden. Uiteraard zwerven er ook veel verkopers rond die dingen proberen te slijten, je wordt er niet goed van. Een aantal van ons wordt voor een te hoge prijs afgezet.
Aan de andere kant verlaten we het park en fietsen terug naar Polonnaruwa-dorp, langs een houtsnijwerkfabriek die we niet bezoeken. We geven een zeer magere fooi aan onze gids (hij zat immers bij de prijs van de fietsen inbegrepen), maar hier is hij helemaal niet blij mee, jammer voor hem dus. We eten een sandwich in Polonnaruwa Resthouse, dat aan een tank ligt. We bestuderen hoe een oude vrouw zichzelf en haar kleren in de tank wast. Een Singaleze vrouw heeft een BH met bovenstuk, en een onderjurk met sarong aan. Toch weet zij zich volledig discreet te wassen.
Na de lunch lopen we door de stad/dorp langs een kanaal en zien enkele mooie vogels. In de stad sluit ik me bij anderen (Rogier, Chris, Jan, Arjan, Nanne) aan en nemen een public bus naar het hotel. De bussen zijn hier niet echt gebouwd op lange mensen. Als we uitstappen moeten we nog een eind lopen langs de tank waaraan het hotel ligt. Met Rogier, Chris, Jan en Arjan besluiten we de door het hotel voor onze groep georganiseerde BBQ te negeren en te gaan eten bij een Guest House een eind verder van het hotel.
In het hotel zwemmen in het zwembad. We eten Rice and Curry in het Hemalee Guest House, onder het genot van echte Singaleze muziek. We worden erheen en terug gebracht met onze bus die we hebben 'gehuurd' met chauffeur + knecht. Bij terugkomst in het hotel is het (voor onze groep georganiseerde) limbo- en vuurdansen begonnen. Het is niet zo spectaculair, en door de harde wind mislukken veel trucs en waait een scherm om, wat leidt tot grote hilariteit.
Met een groep drinken we nog enkele alcoholische versnaperingen weg. 00:30 bed.

7. Vrijdag 18 september

Om 8:00 vertrek en ontbijt in het hotel. We rijden over een binnenweg van Giratale naar Nalanda. Onderweg bezoeken we een houtsnijwerkschool, maar dit lijkt me niet zo interessant, meldt me af bij John en ga een eind door het oerwoud lopen.
We rijden door naar een specerijenkwekerij, waar we ook lunch hebben. Het schijnt dat ze voor ieder kwaaltje wel een uit kruiden gemaakt middeltje hebben. Een groot aantal mensen ondergaat een massage. De lunch bestaat uit brood wat te lang in de zon heeft gelegen, en het witte brood komt me de strot uit.
We reizen verder en komen bij toeval een school tegen. Een aantal besluit naar binnen te gaan en de directeur vindt het goed. De schoolkinderen dragen alle witte uniformen en vinden ons bezoek prachtig. De schoolgebouwen zijn niet veel meer dan een lage muur met een schuin open dak op palen. De klassen zitten overvol.
Vlak voor Nalanda bezoeken we kort Matale en een hindoetempel, een aantal stapt uit om door het dorp te lopen en zelf een bus verder te nemen. Voor het eerst sinds onze aankomst begint het te regenen. Het hotel is een soort bungalowpark met vervallen huizen. De inrichting bestaat uit slechts twee bedden en iets om je kleren aan te hangen. Er is alleen koud water en de onderdelen van de wc-pot moeten met de hand bediend worden. Enno en Gwen blijken in hetzelfde hotel te zitten als wij, en Gwen krijgt plotseling last van een spastische darm; ze houdt echt niet meer en wordt naar het ziekenhuis afgevoerd.
Direct na aankomst drop ik mijn spullen in de bungalow en loop om 17:15 alleen naar Nalanda gedige, ongeveer 3½ km. Onderweg baar ik veel opzien en wordt door iedereen vriendelijk toegelachen. Een man spreekt me aan en zegt dat ik uit Nederland kom; op de vraag hoe hij dat ziet zegt hij dat ik bergschoenen draag. Veel mensen willen weten waar je vandaan komt, hoe oud je bent, hoe lang je blijft en wat je van Sri Lanka (Ceylon) vindt. Bij aankomst blijkt sluitingstijd reeds geweest te zijn, maar de man achter de balie wil me toch rondleiden. Het is een bijzondere gedige want hij blijkt een soort Kamasutra-achtige beelden te bevatten, wat nooit ergens anders is gezien, en de gedige stond eerst ergens anders. Naast de gedige staat een kleine dagoba. Ik bedank de man en laat een donatie achter van Rs 100.
De terugweg moet ik me nog haasten want het begint donker te worden. Bij terugkomst douchen. Na het douchen loop in naar de receptie om te gaan eten, maar omdat het reeds donker is en het pad slecht verlicht, loop ik bijna in een greppel. Eten aan een lange tafel. Het duurt verschrikkelijk lang voordat we kunnen bestellen, en nog langer voordat we ons eten hebben. Alles duurt hier zo lang omdat ze voor iedere handeling iemand anders inhuren. Het eten ruikt en smaakt naar modder, en ik eet zeer weinig, ook omdat de Rice and Curry me de neus uitkomt. De rekening laat 45 minuten op zich wachten, uiteindelijk besluiten we ieder een voor een af te rekenen. Een aantal waaronder ik drinken nog enkele bieren na. Als ik wil gaan slapen blijkt dat er slecht enkele plankjes onder het dunne matras liggen. Ik leg daarom de matrassen van de twee bedden op de grond en ga slapen.

8. Zaterdag 19 september

7:00 op en 8:00 een English breakfast wat nog viezer is dan het eten de avond er voren. Ik heb dan ook nog steeds honger. Een aantal blijkt vlooienbeten te hebben opgelopen (van vlooien uit het matras waarop ze sliepen).
We reizen verder en in de buurt van Pilliyadda maken we een wandeltocht door rijstvelden en enkele dorpjes. Ari vindt zijn verhalen echter veel interessanter, dus besluiten ik en een aantal anderen er flink de pas in te zetten. Onderweg lunchen we aan een prachtige tank. We rijden door naar Kurunegala (zie derde dag) waar we weer iets eten aan de tank (de lotus bloemenman dobbert nog steeds rond).
We reizen door naar Kandy. We maken een afslag de bergen in en hebben een mooi uitzicht over Kandy + meer. Hier koop ik een t-shirt voor Rs 150. Na een paar honderd meter bezoeken we een Batik-fabriekje. Een vrouwtje legt uit hoe dat gaat.
Het hotel Thilanka is erg mooi en luxueus. Het ligt tegen een heuvel van Kandy en heeft een zwembad wat uitkijkt over Kandy en het meer. Zowaar hangen her en der wat dingen aan de muur. Zwembad, douchen en kleren wassen, gevolgd door een briefing van John.
Ik heb zo'n gigantische honger dat ik maar in het hotel eet want daar is een lopend buffet. Ik eet twee volle borden, twee borden fruit, en twee keer een toetje weg. Omdat ik bang ben dat ik in geldnood kom, loop ik 's avonds naar Kandy-centrum om te pinnen. Onderweg kom ik een militaire blokkade tegen ter bescherming van de Tempel van de Tand en wordt tegengehouden, maar via een paadje kan ik toch door, dit tot grote verbazing van de militairen als ik aan de andere kant de militaire zone verlaat.
Het pinnen blijkt niet zo gemakkelijk, uiteindelijk lukt het toch en neem ik Rs 9000 op. Langs het meer loop ik dezelfde route terug, omdat een militair me nog herkent laat hij me door. 23:00 bed.

9. Zondag 20 september

7:30 op en ontbijt in het hotel. Ik, Margot, Alfred en Rik gaan naar de Tempel van de Tand waar een hoektand van Budda wordt bewaard. Buiten worden we drie keer gefouilleerd, en moeten een sarong aan en de schoenen uit. Van buiten is weinig te zien van de tempel, want het staat in de steigers vanwege de bomaanslag die is geweest. We komen precies op tijd binnen want de puja is begonnen en de gouden behuizing waarin de relikwie wordt bewaard is te zien. Ook binnen is veel schade en staan veel steigers. In een andere zaal is de gehele 'levensloop' van de tand afgebeeld op verschillende platen. We bezoeken het naast gelegen museumpje wat gericht is aan een olifant die vele malen de perahera heeft gelopen, hij is er zelfs opgezet !
We verlaten de tempel en lopen door naar het centrum. Bij een supermarkt koop ik thee, snoepjes en crackers. Rik geeft op i.v.m. met zijn enkel en gaat terug naar het hotel. We lopen door naar de markt waar het erg druk is. Vooral de gedeelten waar vlees en vis worden verhandeld zijn erg smerig en het staat er stijf van de vliegen.
We lopen verder en komen een monnikenklooster tegen aan de rand van het meer. Bij de ingang staat een monnik en hij spreekt ons aan. Hij nodigt ons uit op zijn kamer en wil alles van ons weten en vooral over onze godsdienst. Hij studeert Engels en kan het goed spreken. Na drie kwartier lopen we verder langs het meer en bereiken het National Museum met verhelderende verklarende teksten als 'these are three guns'.
Om drie uur bereiken we het hotel waar we aan het zwembad gaan liggen. Om vijf uur douchen en kleren wassen. Om kwart voor zeven gaan we naar de Kandy Dancers in de Kandy Lake Club. De Kandy Dances worden gebruikt om de goden goed te stemmen. Er worden verschillende dansen opgevoerd van ongeveer 5-10 minuten, ieder begeleid door 4 trommelaars, waarbij het getrommel soms werkt als een trance. De dansers zijn gekleed in prachtige gewaden. Direct na afloop is er een niet zo spectaculair vuurlopen.
Als we de tent willen verlaten is een ruimte omgebouwd tot een gokhal. Er wordt op twee tafels een soort roulette gespeeld, alleen dan met speelkaarten. Er kan bijvoorbeeld worden ingezet op rood (dus harten of ruiten), laag (2-7 iedere kleur), of op de kaart zelf. Er wordt niet gewerkt met fiches, maar iedere gokker vouwt zijn geld op zijn eigen manier, zodat hij zijn inzet kan herkennen. Na inzetten wordt een kaart getrokken, en de croupier deelt de winsten uit, of geeft rake klappen met zijn stok indien er vals wordt gespeeld door iemand. De winsten worden weggeschoven naar een tafel waar een gigantische berg papiergeld ligt, en waar enkele dames het papier ontvouwen en sorteren. Dit alles gaat uiteraard gepaard met veel geschreeuw en is erg leuk om naar te kijken.
We (Ik, Rik, Margot, Alfred, Albert) nemen met z'n vijven één tuk-tuk downtown. Volgens Lonely Planet kan er bij Hotel Victory lekker gegeten worden, maar het blijkt een drinklokaal te zijn. We gaan dan maar bij de buren eten: 'Rams' een Indiaas restaurant. Ik vraag om niet al te heet eten, de ober belooft dat er geen kruiden in zullen zitten, resultaat heet eten. Rik bestelt iets, en de ober vraagt of hij er nog iets bij wil; Rik zegt 'brood', en vervolgens krijgt hij alleen een stuk brood. Gedurende de gehele maaltijd lachen wij hier om; Rik kauwt rustig verder.
Na het eten lopen we door Kandy maar je kan er een kanonskogel afvuren. We gaan wat drinken in 'Queens bar', waar het zeer rustig is op twee gasten na. De één is een Nederlander van 55+. Ik raak in gesprek maar de man is redelijk aangeschoten. Hij is een pshycho-analist en ontvangt Europeanen in Sri Lanka. Hij woont er al twintig jaar, maar waarom hij Nederland ooit heeft verlaten wordt niet duidelijk. Hij heeft een Engelsman bij zich die zich afzijdig houdt. Hij lalt maar verder over zijn contacten met de universiteit en de foute instelling van Singalezen.
We proberen een toek-toek te regelen, en komen er een tegen waarvan de bestuurder Alfred eerder heeft afgezet. Uiteindelijk gaan we met zijn toek-toek en een andere terug naar het hotel. Daar aangekomen probeert Alfred de chauffeur niet te betalen, als vergeldingsactie voor de afzetting, maar betaalt uiteindelijk toch. In de lobby van het hotel drinken we nog wat na, waar ook anderen van de groep zijn. Een uur in bed.

10. Maandag 21 september

Om negen uur sta ik op en ontbijt in het hotel. Op de wc merk ik de hete maaltijd van de avond ervoor want mijn reet staat in brand. Kaarten schrijven. Ik maak een korte wandeling en probeer een natuurpark te bereiken, maar het is aan die zijde verboden het park te betreden. We hebben een taxibus geregeld en met Rik, Margot, Jeanette en Ronald vertrekken we om 11:30 naar Pinnawella, waar de Elephant Orphanage is. Vanaf een heuvel zien we de kudde olifanten, ongeveer 50-60. Vervolgens zien we hoe de baby-olifanten worden gevoederd: ieder krijgt ongeveer 20 liter melk. Vervolgens worden de olifanten gebaden in de rivier; helaas blijven ze daar alleen maar een beetje staan.
De chauffeur rijdt ons terug, en in Kandy vertelt hij over een gratis hotel waar alléén Singalezen mogen verblijven voor minimaal twee weken. We geloven hem, totdat hij vertelt dat het over een gevangenis gaat.
Om half vijf zijn we terug in het hotel, hier eten we een club sandwich en bier. Met de toek-toek gaan we naar down-town. Vlak voor acht uur komen we bij het White House Restaurant. Twee minuten nadat we binnen zijn worden de rolluiken gesloten, we blijven echter rustig zitten en bestellen ons voedsel. Half in het donker, als enige klanten, eten we ons voedsel. De alcoholische dranken die we besteld hebben mogen er eigenlijk niet verkocht worden, vandaar dat we de flesjes op de grond moeten zetten (!). Uiteindelijk bestellen we nog iets na en worden de tent uit gedweild.
Met de toek-toek bereiken we het hotel, waar we met anderen iets drinken in de bar van het hotel. Ook hier proberen we grappen te maken met de barman, zo proberen we hem duidelijk te maken wat 'bitterballs' zijn. Ik ben aardig moe en ga om elf uur als een van de eersten slapen.

11. Dinsdag 22 september

Vandaag zullen we Kandy verlaten, daarom vroeg op en ontbijt in het hotel, waar we ook lunchpakketten bereiden (het is toch lopend buffet). Om acht uur vertrekken we en ruim voor de planning arriveren we om half negen bij het treinstation.
Om half tien vertrekt de trein; Ari heeft al voor kaartjes gezorgd en zorgt dat we (Ik, Ilse, Marc, Christel, Albert, Alfred, Rik, Margot, John) op de trein stappen. In de trein hebben we een volledige coupe voor ons zelf, wat nogal gênant is want de rest van de trein zit aardig vol met Singalezen. Bij vertrek worden we aardig door elkaar geschud, hoewel de trein zich als een slak voorbeweegt. Onderweg stoppen we redelijk veel en redelijk lang. De reis gaat midden door de bergen en prachtige theevelden, terwijl we die tot nu toe niet gezien hebben tijdens de reis. Helaas is het erg bewolkt en regent het regelmatig. Met regelmaat lopen er mensen door de trein die etenswaren verkopen.
De Singalezen staan te dringen op de 'balkons', zodat we enkele uitnodigen om bij ons in de coupe te komen zitten. Slechts een enkeling doet dit; zoals een man die erg aan Catweazle doet denken. Ik biedt hem enkele pinda's aan, maar hij weigert en laat zijn gebit zien waar geen tanden in zitten. Hij raakt met mij en John in gesprek, we bieden hem ook nog sigaretten aan. Onopgemerkt maak ik een foto van hem, maar hij schrikt van de flits en reageert ook nog zoals Catweazle.
Margot krijgt het koud en trekt de broekspijpen van haar afritsbare broek aan. Dit hebben de Singalezen nog nooit gezien en ze lachen zich rot. We lunchen in de trein, waarbij we ook nog mensen op het balkon iets uitdelen.
Om kwart over een komen we aan in Nanu Oya, waar de rest van de groep ook instapt. Opeens is het veel minder gezellig. Zij hebben de bus genomen en zijn onderweg langs een theefabriek geweest. Om half vier komen we aan bij Bandarawela waar het niet zo goed weer is: bewolking, af en toe regen.
Met de bus worden we naar ons hotel gebracht, het Orient hotel. Na de bagage in het hotel gedropt te hebben loop ik alleen door het dorp; er is erg veel bedrijvigheid en er zijn veel winkels. Het valt op dat ik niet uit/toegelachen wordt vanwege mijn outfit, misschien zijn ze iets gewend ?
Terug in het hotel neem ik een koude douche, want de rest van de hotelgasten (mijn groep dus) heeft ook al gedoucht. Mijn kamer is lichtblauw geschilderd en bevat een klamboe (!). Om acht uur is het weer 'infotime' waar ik als laatste op kom dagen. De keuze voor de volgende dag is: wandelen in Haputale met gids Lasanthe; Dunhinda falls; of Horton Plains. Ik kies duidelijk voor het eerste (Dinhinda falls zullen niet spectaculair zijn omdat het geen regentijd is, en Horton Plains zal mistig zijn).
We (Ik, Margot, Rik, Albert, Alfred) lopen het dorp in en proberen te gaan eten bij de 'Red Lantern' maar deze is opgeheven, dus eten we maar in de Holiday Inn Sandella. Na het eten drinken we iets in de bar van het hotel, waar we alle arrack opdrinken (één fles). We integreren weer met de barjongens, die hier van 10 uur 's ochtends tot 's nachts achter de bar staan, terwijl wij de enige gasten in het hotel zijn. Iets anders doen ze niet of mogen ze niet doen.
Op weg naar bed loop ik langs de balie en maak terloops de opmerking dat ik geen televisie op mijn kamer heb. De hotelmanager regelt er één, en een bediende rent met tv achter mij aan de trap op; uitgeput komt hij boven, sluit de tv aan, en krijgt een fooi voor de moeite. Om elf uur lig ik en bed en kijk nog even televisie: MTV Asia.

12. Woensdag 23 september

Om zeven uur krijg ik een wake-up call. Tijdens het aankleden kijk ik BBC World. Om acht uur hebben we ontbijt in het hotel en om negen uur vertrekken we (Ik, Tamara, Nanne, Alfred, Margot, Ellen, John) samen met Lasanthe in een minibus naar Haputale voor Rs 60 p.p.
De wandeling start met een lang stuk over het spoor, maar daarna wandelen we door theevelden en een stukje oerwoud. De uitzichten zijn prachtig. De hellingen zijn 45-60 graden stijl en je begrijpt niet dat er mensen thee kunnen plukken. Met Lasanthe heb ik het over de theeplukkers, en hij zegt (onder andere) dat alleen Tamil vrouwen plukken; op de vraag waarom alleen Tamils, zegt hij: 'zij hebben de meeste ervaring'. 
Onderweg komen we een oud Engels huis tegen, waar we helaas niet in mogen. Om half twee eten we in een guest house in de zon en bedanken Lasanthe voor de wandeling. Na de lunch nemen we de OV-bus terug naar Bandarawela. We zitten reeds met een groot aantal mensen in de bus, als er een andere bus langs komt waar we in moeten gaan zitten, waarom is onduidelijk. In een propvolle Tata-bus rijden we weg. Voor Rs 5,5 bereiken we Bandarawela in de oliestank.
In Bandarawela probeer ik een 'water heater' te kopen (om zelf thee en koffie te zetten) maar ze hebben alleen erg grote maten. In het hotel heb ik een warme douche en kijk MTV. De rest van de groep arriveert inmiddels ook, waaruit blijkt dat mijn keuze de goede is geweest, want de rest vond het tegenvallen. We lopen het dorp in, gaan een restaurant binnen, en de rochelende bediende neemt onze bestelling op. Na een uur en drie kwartier komt ons eten. We krijgen een vreemde soep en zeer zoute Sweet & Sour Chicken met Noodles. In 15 minuten eten we het op. In de bar van het hotel, waar de arrack nog steeds op is (wat hebben die barjongens de hele dag gedaan ?), drinken we nog iets. Om kwart over een in bed.

13. Donderdag 24 september

Half zes op, half zeven vertrekt de bus. We verlaten het berglandschap en komen op de rondom liggende vlakte. Na een uur rijden komen we bij een niet zo spectaculaire waterval, waar ook verkopers van stenen staan. Er worden aardig wat stenen ingeslagen. Op de vlakte is het dor en droog, het lijkt wel of het hier een paar weken niet geregend heeft. Ari stopt ongewenst bij een hotel zodat wij reeds onze bestellingen voor de lunch kunnen plaatsen. Dit doet echter niemand zodat de stop maar gebruikt wordt om naar de wc te gaan.
We rijden door en na 15 minuten komen we aan in Kataragama. Hier aangekomen wonen wij een puja-ceremonie bij, wat zowel door Hindu's als Budisten wordt beleefd. In de kleine tempel is het snikheet en erg benauwd. Tijdens de ceremonie wordt geofferd voor goden, en wordt heel lang en hard gebeld om aandacht van de goden te vragen. Ik hou het binnen niet uit en loop naar buiten om 'af te koelen'. Buiten staat een olifant die is gebruikt bij de ceremonie. Hier gooien mensen ook kokosnoten op een steen kapot, waarmee ze hopen dat hun wensen worden vervuld.
Na de ceremonie lopen we via dezelfde weg terug langs de rivier, waarin mensen zitten te schijten en zichzelf en hun kleren wassen. We bezoeken de naastgelegen markt, waar een verschrikkelijke stank heerst. Vooral het dreggen van het open riool stinkt en een van de dames krijgt braakneigingen. Op de grond zijn ook veel rochels te vinden van betelnoten/bladeren/kalk, een soort verdovend middeltje te vergelijken met coca-bladeren. Peter vertelt mij over India, armoe en kindermaffia, wat resulteert in een slappe lach.
We rijden terug naar Priyankara hotel waar we lunchen (1½ uur wachten). We rijden verder met de bus naar Hambantota: het Peacock Beach Hotel met werkende airco, een ligbad en een uitzicht op zee. Kleren wassen. We liggen aan het zwembad en drinken bier. Ik heb een bier besteld waarvoor ik Rs 185 moet betalen, dus betaal ik met Rs 200. Na anderhalf uur heb ik mijn wisselgeld nog niet, loop naar de bar, en de barman geeft mij het gereed liggende wisselgeld. Douchen.
Om zes uur is het weer infotime. Er wordt een safari georganiseerd in het nabijgelegen natuurpark. Ik besluit om niet mee te gaan. Om zeven uur eten we in het hotel. Het restaurant is airconditioned en het eten bestaat uit drie gangen. We proberen te gaan snookeren maar dit is bezet door Singalezen, dus zetten we het maar op een zuipen in de bar. Half twaalf naar bed.

14. Vrijdag 25 september

Om acht op en ontbijt in het hotel. Jeanette, Ron, Alfred, Jan, Arjan en ik lopen naar het dorp, waar we de bank en een Nederlands fort bezoeken. We lopen terug langs het strand, waarvan het zand prachtige kleuren bevat. De golven zijn zeer hoog en het is gevaarlijk om te zwemmen.
Met Chris en Rogier eten we in het Sunshine Tourist Restaurant, wat hoort bij een guest house. De eigenaresse heeft voor ons een Rice and Curry gemaakt en deze smaakt uitstekend. In de bar van het hotel drinken we nog enkele bieren en arrack. Op de kamer aangekomen pak ik mijn tas alvast in. Kwart over twaalf naar bed.

15. Zaterdag 26 september

Half zeven op, half acht vertrek. We rijden langs de zuidkust naar Hikkaduwa. Onderweg stoppen we in Dondra waar een lelijke, huizenhoge Budda staat. Vervolgens stoppen in Matara waar een Nederlands fort is. Hier drinken we ook thee en eten chocola. Ook stoppen we in Galle, waar we een korte wandeling maken. Deze plaats wordt zeker het bezoeken waard.
Om een uur komen we aan in hotel Supercorals in Hikkaduwa, waar ik moet wachten op het schoonmaken van mijn kamer. Als welkom krijgt ieder een krans met bloemen en een kokosnoot met rietje. John probeert een deal te maken voor goedkoop hotelvoedsel, maar na een half uur geeft hij het op. Ari heeft het echter binnen een minuut geregeld. 
Net als vrijwel alle hotels in Sri Lanka, bestaat de vloer van hotel Supercorals uit rood 'baksteen' wat aan alles afgeeft. Ik heb een kamer op de eerste verdieping, uitkijkend op het zwembad en de zee. Ik regel een muskietennet maar na een nacht zit ik onder de bulten, na bestudering blijkt dat het net vol gaten zit. Voortaan dus maar weer de oude truc gebruiken: ventilator op volle snelheid.
Ik loop de doorgaande weg van Hikkaduwa af om een duikschool te vinden. Deze zijn er genoeg, maar zijn alle gesloten omdat het duikseizoen nog niet begonnen is. Teleurgesteld loop ik terug en eet een club sandwich en lig aan het zwembad. Aan het eind van de middag is er weer infotime; John verteld dat er iemand jarig is. 's Avonds eten we bij de tent tegenover, 'New Moon': groentensoep, spaghetti bolognese en bier. Vervolgens kopen we een cadeau voor John: shag en een scheermes. In het hotel drinken en eten we taart op kosten van John. Half een bed.

16. Zondag 27 september

Acht uur op. Ik loop naar het centrum van Hikkaduwa en het busstation, en koop onderweg zonnebrand en informeer op verschillende plekken nog naar het duiken. Ik kom Marc tegen en ook hij baalt.
Om een uur lig ik aan het zwembad, als lunch een hotdog. Met Peter praat ik onder andere over auto's en kunst. Ik verbrand enigszins. Met negen man eten we 's avonds bij JLH Beach Restaurant. Op de terugweg kopen we enkele souvenirs (puzzel voor neefje Jelle).
Van een aantal Duitsers hebben we gehoord dat de Baseline een goede tent is, dus daar gaan we heen. Het is er erg rustig, en er wordt rockmuziek gedraaid. Hier komen we ook de Engelsman (zie Kandy) weer tegen. We nemen een toek-toek terug; 00:45 slapen.

17. Maandag 28 september

Om half negen vertrekken Albert, Alfred, Margot en ik naar Galle met de OV-bus. De bus zit propvol, dus moeten we staan.
We lopen door Galle fort, waar een groot aantal Nederlandse koloniale gebouwen te zien zijn. 's Morgens is het enigszins bewolkt. We bereiken een plein waar rondom gerechtsgebouw zich bevinden. Er staan erg veel mensen te wachten om afgeroepen te worden. Ik spreek een man aan die zijn vriend, een toek-toek chauffeur, bijstaat. De chauffeur heeft een vrouw en haar kind aangereden en verwacht een boete te moeten betalen van Rs 200.
We lopen verder en door een politieman worden we uitgenodigd het opleidingsgebouw te bekijken; uiteraard heeft hij ook familie in de horeca en zegt dat we daar maar moeten gaan eten. De zon gaat schijnen en het wordt erg heet. We komen veel Nederlanders tegen.
Een straatverkoper wil mij een VOC-munt verkopen (een stuiver), die zijn broer heeft opgedoken uit de zee. Hij vraagt Rs 400, ik biedt Rs 50, maar hij weigert en ik loop door. Hij blijft me achtervolgen en uiteindelijk koop ik de munt voor Rs 200.
Hierna lopen we een stuk fortmuur af, lopen het fort weer in en gaan iets drinken in het New Orient Hotel. Hierbinnen zijn de statieportretten van Beatrix & Claus te zien en die van Elisabeth ! Ook zijn er oude plattegronden te zien van Galle en enkele Nederlandse steden.
We lopen verder door de stad en komen Jan en Arjan, Hans en Ineke, en Chris en Rogier tegen. We worden door meerdere Singalezen aangesproken die ook de VOC-munten verkopen, maar beginnen te bieden bij Rs 50. Waanzinnig afgezet dus.
We bezoeken een Nederlandse kerk waar graven van Nederlanders uit de koloniale tijd zijn te zien. Vervolgens het Dutch House maar dat is niet zo interessant. Via de fortmuur komen we weer bij het New Orient Hotel waar we lunchen.
We gaan terug naar Hikkaduwa, maar de bus zit nu nog voller dan de heenweg; gelukkig hebben Albert en in zitplaatsen, maar Margot en Alfred moeten over mensen heen hangen. Net als we in de bus zitten gaat het heel hard regenen zodat de straten blank komen te staan. De bus is erg oud, stinkt naar versnellingsbakolie, maakt herrie en er zitten gaten in de vloer waardoor het wegdek zichtbaar is. In deze bus ben ik waarschijnlijk mijn Mexico-baseballcap verloren.
In het hotel douche ik en ga in de lobby een boek lezen, onder het genot van een bier. John en enkele anderen joinen. We gaan eten in de Blue Fox, waar het eten erg goed is en snel wordt geserveerd.
Vervolgens gaan we naar hotel Coral Gardens, een erg luxe hotel. Bij aankomst is er een opvoering van Kandy dancers, maar het kan niet tippen aan de voorstelling die we hebben gezien in Kandy. De gasten zijn alle Duits en lachen zich rot. De film die we hadden gehoopt te zien, is er niet.
We gaan terug naar Supercorals, waar een aantal reisgenoten aan de bar hangen. Sjon regelt dat zijn muziek wordt gedraaid, maar de Singalezen doen moeilijk. Middernacht naar bed.

18. Dinsdag 29 september

Ik slaap uit en ontbijt om negen uur bij de New Moon. Het ontbijt is goed en goedkoop. De rest van de dag breng ik door aan het zwembad met anderen. 's Avonds eten we pizza bij een pizzatent, maar dit is niet geweldig.
Om negen uur zijn we weer bij hotel Coral Gardens, waar het vanavond disco is. Wij (Rik, Alfred, Albert, Margot en ik) zijn de enigen. De drank is erg duur maar dit let ons niet toch redelijk veel te drinken. Vervolgens komen Ilse, Marc, Christel, en later ook nog John binnen.
We hebben een goede tijd, zowel op als van de dansvloer. De muziek is westers en redelijk up-to-date. Later komen ook nog veel Duitsers binnen. Om een uur lig ik in bed en tol in slaap.

19. Woensdag 30 september

Om acht uur vertrekken Rogier, Chris, Jan, Arjan en de alleengaanden met een gehuurd busje naar Colombo. De chauffeur heet Stanley en rijdt erg voorzichtig, in tegenstelling tot zijn Singaleze landgenoten. Het verkeer in Colombo zit aardig vast. Voor het eerst in Sri Lanka zien we verkeerslichten !
Na twee uur en drie kwartier bereiken we uiteindelijk het Hilton Hotel waar we afgezet worden, aan de rand van Colombo fort. We spreken af hier om vier uur terug te zijn. We lopen door de stad maar Alfred en ik raken de rest al snel kwijt. Het valt op dat de Singalezen hier gemiddeld beter gekleed gaan dan in de rest van Sri Lanka.
Als eerste gaan we naar de vierde verdieping van het Grand Oriënt hotel. Hier komen we de rest weer tegen, en hebben we een mooi uitzicht op de haven. Er mogen hier geen foto's worden genomen in verband met de veiligheid. Alfred en ik proberen vervolgens de haven te bereiken omdat daar enkele VOC pakhuizen te zien zouden zijn. We zijn zelfs bereid ons te laten fouilleren en onze spullen af te geven, maar we mogen er niet door.
We lopen verder naar een VOC hospitaal (het enige resterende in de voormalige Nederlandse koloniën). Het is prachtig gerestaureerd. In het daar tegenover liggende World Trade Center proberen we de bovenste verdieping te bereiken maar dit is niet toegestaan.
Dan bezoeken we een Laksala, dit is een door de overheid gesubsidieerde winkel waar inheemse goederen worden verkocht. Ik koop hier een asbak die veel in Sri Lanka te zien is, voor slechts Rs 58. Vervolgens Millers, een warenhuis uit de Britse periode, maar Sri Lanka zou Sri Lanka niet zijn als dit ook niet meer is zoals het ooit geweest is. Hier kopen we enige broodjes.
Daarna Cargills, wat tevens gevestigd is in een koloniaals Engels pand, waarvan ik reeds meerdere vestigingen heb gezien in Sri Lanka. Hier koop ik een fles arrack en betaal met mijn Credit Card. Vervolgens bezoeken we een bank, maar ik kan hier geen Amerikaanse dollars opnemen met mijn credit card. Het valt op dat Colombo fort helemaal niet groot is.
Via Main Street lopen we naar Pettah, een soort achterbuurt waar veel handel wordt bedreven. Het is er erg druk, het is warm, het stinkt er en het is smerig. De handel is hier gegroepeerd naar straat. Zo is er een groente straat, een electronica staat, een brandstof straat, etc. Het begint te regenen. We lopen een straat is maar kunnen de Nederlandse begraafplaats, die zich hier zou moeten bevinden, niet vinden. We lopen door een modderstraat, waar mensen met hun blote voeten doorheen lopen, naar het Dutch Period Museum. We betalen niet om foto's te mogen maken, maar doen het toch. Hier worden ook nog veel VOC-munten tentoongesteld; het blijkt dat de mijne veel er op lijkt; dit verzacht de afzetactie van Galle toch enigszins.
Vervolgens lopen we door naar Wolvendahl church, wat niet zo interessant is. We lopen door Pettah terug naar Colombo fort. Onderweg probeer ik in de stoffen straat een sarong te kopen, maar men probeert mij overal af te zetten, wat niet lukt.
In Cargills koop ik water en drinken we cola voor Rs 16 per flesje ! Op aanraden van een verkoopster van Cargills koop ik bij 'Vogue corner' een batik sarong voor Rs 300.
Om vier uur precies zijn we terug bij het Hilton. Om de tijd te doden (de rest is er nog niet) praat ik wat met de chauffeur en Alfred maakt van ons een foto. Stanley wil graag dat ik de foto hem toestuur.
Op de weg terug bezoeken we een schildpadden farm in Kosgoda, alleen is het inmiddels donker geworden dus zijn ze lastig te zien en is het moeilijk om foto's te maken.
Om kwart voor acht bereiken we ons hotel, we spreken af om om half negen te gaan eten bij het Refresh Restaurant vlak naast ons hotel. Tijdens het eten vraagt Enno of ik de volgende dag mee wil naar Unawatuna, een baai waar gesnorkeld kan worden; ik zeg ja. Na het eten neem ik afscheid en om kwart voor twaalf lig ik in bed.

20. Donderdag 1 oktober

Kwart voor zeven op. Hoewel er vanaf zeven uur in het hotel ontbeten kan worden, kan dit niet in verband met een trouwpartij welke die dag gehouden zal worden. Als alternatief wordt het ontbijt in de tuin van het hotel opgesteld, maar het gaat steeds regenen zodat er steeds weer afgebroken moet worden. Ook in de rest van Hikkaduwa kan op dit tijdstip nog niet gegeten worden.
Om kwart voor acht ga ik samen met Enno snorkels en flippers passen. Om acht uur zijn we terug in het hotel en staan op het punt van vertrek, wanneer iemand van het hotel met een grote grijns ons komt vertellen dat we kunnen ontbijten. Vriendelijk lachen we terug.
Met negen man gaan we naar Unawatuna. Aan de baai ontbijten we bij de tent waar we aan het strand liggen, het regent op dit moment nog. Het houdt al snel op met regenen, zodat we kunnen snorkelen. Het koraal is enigszins verpest maar er zijn veel mooie tropische vissen te zien. Door het snorkelen is mijn rug goed verbrand, en blijf dus de rest van de dag in de schaduw zitten.
In de loop van de middag verschijnt een gigantische schol vissen in de baai. Het is erg leuk om er tussen te snorkelen. Op de terugweg zit ik naast de chauffeur en hebben het onder andere over Singaleze trouwpartijen en hoe je in Sri Lanka je rijbewijs kan halen.
Om zes uur zijn we terug in het hotel en douche ik. Om half acht gaan we eten in bij de Blue Fox. Om tien uur hebben we afgesproken in de lobby van het hotel om met een aantal naar de disco van het Coral Gradens te gaan. Twee uur in bed.

21. Vrijdag 2 oktober

Om negen uur sta ik op en ontbijt alleen bij de Blue Fox. Ik huur een fiets voor de rest van de dag (Rs 100) en ga souvenirs inslaan: 6 eierdoppen bij de plaatselijke Laksala, en drie maskers voor Rs 4400. Mijn geld is nu vrijwel op, probeer geld op te nemen met mijn Credit Card maar Mastercard wordt nergens geaccepteerd. Ik drop de souvenirs op de hotelkamer en fiets naar Plantation Villa (9 km), maar dit is niet zo interessant.
Onderweg fiets ik door prachtige rijstvelden heen. Bij een kippenboer drink ik een cola en integreer met de zonen van de eigenares. Een van hen laat mij de kippen zien. Op de weg terug gaat het twee keer keihard regenen maar ik weet steeds een schuilplaats te vinden.
Ik praat na in de lobby van het hotel. Op de hotelkamer ruim ik op en pak de rugzak gedeeltelijk in. De boiler van mijn kamer is weer uitgezet. Ik zet hem weer aan en dit geeft tijd om dit bij te werken.
Samen met Jeanette gaan we eten aan de overkant. Ik betaal voor iedereen met mijn Credit Card zodat ik weer enigszins geld heb. Na het eten verzamelen in het hotel, waarna we (Ik, Christel, Alfred) naar Coral Gardens gaan. Hier is echter geen disco maar een live band. In de hotelkamer ruim ik mijn spullen verder op.

22. Zaterdag 3 oktober

Ik sta om acht uur op en ontbijt alleen in de Blue Fox. Ik pak de rugzak in, maar omdat ik de deur heb laten openstaan komt er een irritante kamerjongen naar binnen, die mij ongevraagd komt helpen. Hij wil ongetwijfeld een fooi, maar ik stuur hem bot weg. De tas laat ik dragen, en in het bijzijn van de kamerjongen geef ik de drager een fooi.
Om tien uur vertrekken we via Colombo naar Negombo. In Colombo stoppen we bij het Trans Asia hotel om onze vliegtickets op te halen en een sanitaire stop te maken. Om drie uur komen we aan in Negombo bij het Catamaran hotel. Ook hier is een trouwpartij aan de gang, waardoor er niet voldoende kamers beschikbaar zijn.
Voor de kamer van John houden we een borrel. Als ik eindelijk een kamer heb toegewezen gekregen, blijken er geen handdoeken te zijn. Na drie kwartier heb ik ze nog niet, waar ik me kwaad over ga maken. We zien een prachtige zonsondergang.
Na het douchen is er een BBQ in het hotel, waar John wordt bedankt voor zijn inzet. Als grap laten we een beker rondgaan waarin ieder een paar roepies in deponeert, uiteraard gevolgd door de werkelijke envelop. Na het eten borrelen we verder, maar om elf uur gaat toch iedereen slapen.

23. Zondag 4 oktober

Ik heb slecht geslapen. Om half vier wake-up call. We verzamelen in het restaurant van het hotel waar we thee drinken. Om half vijf vertrekken we met de bus naar het vliegveld, dat zwaar wordt bewaakt door het leger met behulp van wegversperringen. Singalezen, waarvan het iedere keer lijkt alsof ze het Guinness Book of Records willen breken, moeten bij iedere blokkade alle uitstappen, waarna het hele busje wordt omgekeerd.
Op het vliegveld aangekomen moeten enkele hun tas uitpakken. Ik neem afscheid van Ari en John, waarna we tax free shoppen en wat koffie drinken. In het vliegtuig heb in sjans met een Singalese, die de vertoonde Arabische videoclips ook erg goed vindt. In het vliegtuig veel Arabieren, de vrouwen worden plots heel losbandig en trekken allerlei kledingstukken uit. Roken wordt achterin het vliegtuig gedaan, waarbij ik naast Peter ga zitten en we de grootste lol hebben, ook vanwege een moslimvrouwtje wat doet of ze erg veel last heeft van onze rook. Ik raak tevens in gesprek met een Singalees, op weg naar London omdat zijn boek daar wordt uitgegeven. Hij heeft veel onderzoek gedaan naar de historie van de Nederlanders in Sri Lanka, en weet erg veel over Nederland.
In Muscat moeten we weer overstappen. Hier proberen Alfred en ik wat te eten, maar we kunnen niet met een credit card betalen. De kassier is echter Singalees, dus kunnen we met Srilankaans geld een hamburger eten.
Vervolgens maken we een tussenstop in Abu Dabi, waar iedereen het vliegtuig moet verlaten in verband met de vrees voor illegalen. Dit geeft iedereen de kans om rond te kijken in het prachtige vliegveld. Het bestaat uit een soort koepel die geheel bekleed is met mozaïek. We lopen rond langs de tax-free winkels, waar Arabieren ongelofelijk veel geld uitgeven. Ik zie een lang gekoesterde AF Nikkor-lens te koop (70-210mm, 1:4-5.6 D), maar kan de prijs in Nederland niet meer herinneren, en twijfel dus hard om deze aan te schaffen, en doe het uiteindelijk niet (goede keuze zoals in Nederland zal blijken).
De volgende stop is London. Ook hier moet lang worden gewacht op de aansluiting. Bij het verlaten van het vliegtuig sprint iedereen, alsof zijn leven er van af hangt, naar McDonald's, nog nooit heb ik dit voedsel zó kunnen waarderen. Ik sla CD's, boeken, stropdassen en thee in.
Met vertraging verlaten we London, en komen om 11 uur 's avonds aan op Schiphol.

© 1998 Mark Nauta

 
 
 
gemaakt met kladblok Dit document voldoet aan HTML 4.01 Strict specificaties